Intra-concern detachering bij startups en scale-ups: wanneer intern schuiven met personeel payroll wordt

Veel startups en scale-ups groeien sneller dan hun organisatiestructuur kan bijhouden. Daardoor ontstaat al snel de vraag hoe je medewerkers slim inzet binnen een groep van vennootschappen, zonder dat je onderweg arbeidsrechtelijke verrassingen creëert. Intra-concern detachering lijkt praktisch, maar vraagt juridisch om een scherpe inrichting.
Arbeidsrecht
Ondernemingsrecht
Insights
Maarten S. Talsma
03.07.2026

Waarom intra-concern detachering juist in groeibedrijven relevant is

Voor startups en scale-ups is werken met meerdere vennootschappen eerder regel dan uitzondering. Denk aan een holding met verschillende werkmaatschappijen, een aparte entiteit voor IP, een buitenlandse dochter of een personeels-BV waarin medewerkers formeel in dienst zijn. Op papier is die structuur vaak logisch. In de dagelijkse praktijk lopen de lijnen echter snel door elkaar.

Een developer staat op de loonlijst van de ene BV, maar werkt volledig voor een andere groepsmaatschappij. Een operations lead ondersteunt meerdere entiteiten, maar wordt aangestuurd door slechts één werkmaatschappij. Of een team wordt centraal ondergebracht, terwijl de inhoudelijke aansturing decentraal plaatsvindt. Dat voelt intern vaak als normaal organiseren binnen één bedrijfsgroep. Juridisch ligt dat genuanceerder.

Bij intra-concern detachering krijgt een werknemer namelijk te maken met twee verschillende rollen binnen dezelfde groep. Er is een formele werkgever, de vennootschap waarmee de arbeidsovereenkomst is gesloten, en er is een materiële werkgever, de groepsmaatschappij waar de werknemer feitelijk werkt en onder wiens toezicht en leiding de arbeid wordt verricht. Juist dat onderscheid maakt deze constructie relevant voor founders, HR-teams en legal teams.

Wat is intra-concern detachering precies?

Van intra-concern detachering is sprake als een werkgever binnen een groep werknemers ter beschikking stelt aan een andere gelieerde onderneming, zodat zij daar onder toezicht en leiding arbeid verrichten. Dat kan gaan om een werkmaatschappij die personeel uitleent aan een zustervennootschap, maar ook om een holding of personeels-BV die medewerkers formeel in dienst houdt en laat werken bij een andere groepsmaatschappij.

Belangrijk is dat deze terbeschikkingstelling binnen de groep bedrijfsmatig kan plaatsvinden. In dat geval gaat het niet om een incidentele of vrijblijvende interne oplossing, maar om een structureel ingerichte manier van organiseren. Dat zie je vooral terug wanneer een werknemer exclusief of vrijwel exclusief werkt voor één andere entiteit binnen de groep, terwijl de formele werkgever zelf nauwelijks een zelfstandige rol in de dagelijkse werkzaamheden speelt.

Voor techbedrijven is dat herkenbaar. Een centrale werkgeversentiteit kan aantrekkelijk zijn vanwege schaal, governance of risicobeheersing. Maar precies die centrale inrichting kan ertoe leiden dat de arbeidsrelatie juridisch anders wordt gekwalificeerd dan veel ondernemers verwachten.

Wanneer interne detachering juridisch als payroll wordt gezien

Een belangrijk punt is dat intra-concern detachering bij bedrijfsmatige inzet in de regel kwalificeert als payroll. Dat is vooral aan de orde als de werknemer exclusief aan een andere groepsmaatschappij ter beschikking wordt gesteld en de uitlener geen allocatieve functie vervult.

Die allocatieve functie draait in essentie om het actief samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Bij een klassieke uitzendwerkgever hoort daar bijvoorbeeld werving, selectie en het bemiddelen tussen verschillende opdrachtgevers bij. Binnen een concern ontbreekt dat vaak. Zeker bij een personeels-BV is de rol meestal beperkt tot het formeel in dienst hebben en vervolgens uitlenen van medewerkers aan groepsmaatschappijen. In zo’n setting ligt kwalificatie als payroll voor de hand.

Daarmee verschuift het juridische vertrekpunt. Wat intern voelt als een puur concerninterne personeelsoplossing, valt dan niet onder het gewone uitzendregime, maar onder het payrollkader. Voor startups en scale-ups is dat een wezenlijk verschil, omdat aan payroll andere regels en beperkingen zijn verbonden dan aan uitzenden.

Niet elke interne personeelsinzet is overigens automatisch payroll. Als de terbeschikkingstelling niet bedrijfsmatig plaatsvindt, maar incidenteel en collegiaal binnen de groep, dan hoeft van uitzending of payroll geen sprake te zijn. Juist daarom is de feitelijke inrichting doorslaggevend. Wie structureel personeel binnen de groep laat werken, moet dus verder kijken dan alleen het organogram of de gekozen contractspartij.

Detachering is iets anders dan een werkgeverswissel

In de praktijk loopt intra-concern detachering vaak door elkaar met een interne overstap naar een andere groepsmaatschappij. Juridisch is dat onderscheid cruciaal.

Bij detachering blijft de arbeidsovereenkomst bestaan met de formele werkgever. De werknemer gaat wel voor een andere entiteit werken, maar wisselt niet van werkgever. Bij een werkgeverswissel, ook wel contractwissel genoemd, eindigt juist de band met de oude werkgever en ontstaat een nieuwe band met een andere groepsmaatschappij.

Dat onderscheid lijkt technisch, maar heeft grote gevolgen. Een werkgeverswissel gebeurt niet stilzwijgend alleen omdat iemand feitelijk elders werkt. Daarvoor is een aanbod en aanvaarding nodig. Het enkele feit dat een werknemer dagelijks werkt voor een andere BV binnen de groep betekent dus nog niet dat die andere BV ook werkgever is geworden.

Voor startups en scale-ups is dit een belangrijk aandachtspunt bij interne mobiliteit. Zeker in snelgroeiende organisaties wordt vaak pragmatisch geschoven met mensen, rollen en budgetten. Maar als contracten niet expliciet worden aangepast, blijft de oorspronkelijke werkgever in beginsel gewoon de formele werkgever. Onduidelijkheid hierover kan later problemen geven, bijvoorbeeld bij ontslag, aansprakelijkheid of claims over arbeidsvoorwaarden.

Een mobiliteitsclausule kan binnen een concern nuttig zijn, omdat daarin vooraf kan worden opgenomen dat een werknemer bereid is arbeid te verrichten voor een ander groepsonderdeel of daar in dienst te treden. Ook dan blijft het verstandig om de gekozen constructie heel precies vast te leggen, zodat duidelijk is of het gaat om detachering of om een daadwerkelijke wissel van werkgeverschap.

Wat betekent de payrollkwalificatie in de praktijk?

Gelijke arbeidsvoorwaarden tellen zwaar

Als intra-concern detachering bedrijfsmatig plaatsvindt, gelden voor de gedetacheerde werknemer dezelfde arbeidsvoorwaarden als zouden hebben gegolden wanneer de inlener de werknemer rechtstreeks in dienst had genomen. Dat raakt niet alleen salaris, maar ook andere collectieve en individuele arbeidsvoorwaarden.

Voor groeibedrijven is dat een punt om serieus te nemen. Een personeels-BV kan niet zonder meer een eigen, soberder arbeidsvoorwaardenpakket voeren als medewerkers feitelijk structureel werken binnen een andere groepsmaatschappij waar betere voorwaarden gelden. Ook voorwaarden rond ontslag, zoals een sociaal plan of een van-werk-naar-werk-traject, kunnen onderdeel uitmaken van dat vergelijkingskader.

Die gelijke behandeling kan vooral relevant worden zodra een startupgroep gaat professionaliseren. Waar in de beginfase verschillen tussen entiteiten nog informeel worden opgelost, ontstaat later sneller spanning als medewerkers ontdekken dat hun formele contract niet aansluit op de voorwaarden van het bedrijfsonderdeel waar zij feitelijk werken.

Ook pensioen kan niet worden vergeten

Naast gelijke arbeidsvoorwaarden speelt pensioen een belangrijke rol. Bij bedrijfsmatige intra-concern detachering moet voor de gedetacheerde werknemer een adequate pensioenregeling worden verzorgd als werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies bij de inlener daarop recht hebben. Als de inlener zulke werknemers niet zelf in dienst heeft, kan aansluiting worden gezocht bij de sector waarin de inlener actief is.

Voor startups en scale-ups is dit vaak geen detail, maar een financieel en operationeel aandachtspunt. Pensioen wordt in jongere bedrijven soms pas laat structureel bekeken, terwijl de groepsstructuur en personeelsinzet dan al complex zijn geworden. Juist bij een personeels-BV is het verstandig om tijdig te toetsen of de regeling nog past bij de werkelijkheid van de organisatie.

De informatieplicht vraagt voorbereiding vooraf

Bij intra-concern detachering is goede documentatie geen luxe. De inlenende groepsmaatschappij moet vóór de start van de detachering de relevante arbeidsvoorwaarden delen met de uitlenende entiteit. Daarnaast moet schriftelijk worden vermeld dat de arbeidsovereenkomst een payrollovereenkomst is.

Dat betekent dat bedrijven niet kunnen volstaan met een globale interne afspraak dat medewerkers “gewoon voor een andere BV werken”. Wie de constructie niet goed documenteert, loopt het risico dat achteraf discussie ontstaat over de aard van de arbeidsrelatie, de toepasselijke voorwaarden en de gevolgen van het einde van de detachering.

Voor techbedrijven, waar snelheid vaak wint van formaliteit, is dit precies het soort punt dat later onnodig duur kan uitpakken. Niet omdat de constructie op zichzelf onmogelijk is, maar omdat de feitelijke situatie en de contractuele vastlegging uit elkaar zijn gaan lopen.

Waarom intra-concern detachering niet profiteert van het soepele uitzendregime

Een payrollkwalificatie betekent ook dat niet vrij gebruik kan worden gemaakt van het lichtere regime dat normaal gesproken bij uitzendovereenkomsten kan gelden. De gedachte daarachter is duidelijk: concerninterne inzet mag niet worden gebruikt om werknemers intern te verschuiven en zo de opbouw van rechten of ontslagbescherming te ontwijken.

Dat is voor startups en scale-ups een relevante waarschuwing. Een personeels-BV wordt soms gezien als een flexibele schil binnen de groep, maar juist bij structurele interne inzet zijn de mogelijkheden om af te wijken beperkt. De ruimte om met verlengde ketens, lichtere ontslagregels of vergelijkbare voordelen te werken is hier veel kleiner dan ondernemers soms denken.

Wie een groepsstructuur gebruikt om personeelsinzet te centraliseren, moet daarom niet alleen kijken naar efficiency en governance, maar ook naar de grenzen van die constructie vanuit arbeidsrechtelijk perspectief.

Opvolgend werkgeverschap: meestal niet, maar let op de overstap

Een logische vraag is of de groepsmaatschappij waar de werknemer feitelijk werkt dan ook als opvolgend werkgever geldt. In beginsel is het antwoord nee. Bij intra-concern detachering vindt namelijk geen wisseling van werkgeverschap plaats. De formele werkgever blijft dezelfde, en tussen de inlener en de werknemer ontstaat normaal gesproken geen arbeidsovereenkomst.

Dat is relevant voor allerlei regelingen waarbij opvolgend werkgeverschap een rol kan spelen, zoals de ketenregeling, proeftijd, opzegtermijnen en transitievergoeding. De enkele detachering binnen het concern maakt de inlener dus nog niet tot opvolgend werkgever.

Dat kan anders worden wanneer de werknemer rechtstreeks bij de inlener in dienst treedt. Dan kan opvolgend werkgeverschap wel aan de orde komen. Voor startups en scale-ups betekent dit dat het moment van overstap juridisch veel belangrijker is dan de periode daarvoor. Een medewerker kan jarenlang binnen de groep voor dezelfde operationele business hebben gewerkt, maar pas bij een directe indiensttreding verschuift het juridische speelveld echt.

Overgang van onderneming: permanente detachering kan vergaande gevolgen hebben

Een van de meest onderschatte onderdelen van intra-concern detachering is de rol ervan bij een overgang van onderneming. Als een werknemer permanent binnen het concern is gedetacheerd en het bedrijfsonderdeel waar hij feitelijk werkt wordt overgedragen aan een derde, dan kan die werknemer onder omstandigheden mee overgaan.

Dat is een ingrijpend punt. De formele werkgever is dan niet per se bepalend. Bij permanente detachering kan juist de materiële werkgever, dus het onderdeel waar de werknemer feitelijk zijn werkzaamheden verricht, beslissend worden in de beoordeling.

Voor startups en scale-ups is dit bijzonder relevant bij carve-outs, herstructureringen, verkoop van business units of het afsplitsen van activiteiten naar een aparte entiteit. Wie medewerkers formeel centraal heeft ondergebracht, maar ze in de praktijk structureel laat werken binnen een specifieke business, moet beseffen dat die feitelijke werkelijkheid zwaar kan wegen als die business wordt overgedragen.

Niet elke detachering leidt tot zo’n uitkomst. De structurele en duurzame band met het overgedragen onderdeel is hier van belang. Maar juist daarom moet bij transacties goed worden gekeken naar de feitelijke inzet van personeel binnen de groep, en niet alleen naar de namen op de arbeidsovereenkomst.

De feitelijke werkgever heeft meer dan alleen operationele invloed

Hoewel tussen de gedetacheerde werknemer en de inlenende groepsmaatschappij in beginsel geen arbeidsovereenkomst bestaat, is die relatie niet juridisch leeg. De groepsmaatschappij waar de werknemer feitelijk werkt heeft wel degelijk verplichtingen.

Die materiële werkgever moet zich bijvoorbeeld als goed werkgever gedragen en speelt ook een rol bij de beoordeling van bedrijfseconomische omstandigheden en herplaatsing. Met andere woorden: wie feitelijk de leiding heeft, beïnvloedt ook het juridische risico.

Voor founders en managementteams is dat een belangrijk inzicht. Een structuur waarin de ene BV formeel werkgever is en de andere BV alles aanstuurt, verdeelt verantwoordelijkheden niet automatisch netjes in twee losse vakjes. De operationele werkelijkheid blijft juridisch relevant.

In bijzondere situaties kan daarnaast ook de moedermaatschappij in beeld komen, bijvoorbeeld wanneer binnen de groep aansprakelijkheden zijn aanvaard of wanneer misbruik wordt gemaakt van het onderscheid tussen rechtspersonen. Dat zal niet snel worden aangenomen, maar het onderstreept wel dat concernstructuren niet onbeperkt bescherming bieden wanneer de feitelijke organisatie anders werkt dan de papieren werkelijkheid suggereert.

Wat moeten startups en scale-ups nu concreet checken?

Voor jonge groeibedrijven zit de grootste winst meestal niet in het vermijden van intra-concern detachering, maar in het correct inrichten ervan. Een paar vragen zijn daarbij essentieel.

Werk je met een personeels-BV of een andere centrale werkgeversentiteit? Kijk dan niet alleen naar de contractuele structuur, maar vooral naar de praktijk: wie werft, wie selecteert, wie stuurt aan en voor welke entiteit werkt de medewerker feitelijk en structureel?

Worden medewerkers exclusief ingezet bij één groepsmaatschappij? Dan is het verstandig om expliciet te toetsen of de constructie als payroll moet worden behandeld, met alle gevolgen voor arbeidsvoorwaarden, pensioen en documentatie.

Wordt intern gesproken over “even overzetten” van personeel naar een andere BV? Check dan of het werkelijk om detachering gaat of om een contractwissel. Dat onderscheid moet niet impliciet blijven.

En staat een herstructurering, verkoop of interne carve-out op de planning? Dan hoort de feitelijke inzet van personeel binnen de groep standaard mee in de analyse. Zeker bij permanent gedetacheerde medewerkers kan dat de uitkomst mede bepalen.

Bij Startup-Recht zien we regelmatig dat juist deze vragen pas laat op tafel komen, meestal op het moment dat er een reorganisatie, investering of transactie speelt. Dan blijkt vaak dat de praktijk al jaren vooruitgelopen is op de juridische inrichting. Door eerder scherp te kijken naar intra-concern detachering voorkom je dat groei leidt tot onnodige arbeidsrechtelijke frictie.

Conclusie

Intra-concern detachering is voor startups en scale-ups een bruikbaar instrument, maar geen juridisch neutrale interne oplossing. Wie personeel structureel binnen een groep inzet, krijgt al snel te maken met het payrollkader, gelijke arbeidsvoorwaarden, informatieplichten en beperkingen op het soepele uitzendregime.

Daar komt bij dat detachering iets anders is dan een werkgeverswissel, en dat de feitelijke werksituatie binnen de groep zwaar kan meewegen bij opvolgend werkgeverschap, ontslagvraagstukken en overgang van onderneming. Juist daarom is het voor groeibedrijven verstandig om niet alleen slim te structureren, maar ook juridisch precies te blijven.

Testimonials

Wat onze klanten zeggen

Startups en scale-ups werken graag met ons samen. Lees hoe ondernemers onze betrokkenheid en expertise ervaren.

Top ervaring met de mannen van Startup Recht. Ze handelen snel zonder in te leveren op kwaliteit. Iets wat start-ups goed kunnen gebruiken!
Daan Witte
Gradient Data Science B.V.
legal expertise for fast moving startups in regulated industries. Startup-Recht provides the legal foundation for us to innovate at Pabel AI.
Stan Haaijer
Co-founder Pabel B.V.
Goede, energieke juristen met duidelijke inhoudelijke expertise. Er wordt snel geschakeld en proactief meegedacht, waarbij oplossingen worden gevonden voor innovatieve en soms complexe vraagstukken binnen onze sector: Open Source Consulting. De stukken werden op tijd geleverd en communicatie daarover was helder en tijdig. We hebben de documenten ook laten reviewen door meerdere juristen, die onder de indruk waren van de kwaliteit. Op inhoudelijke feedback is sterk en zorgvuldig ingespeeld. Dit geeft ons vertrouwen in onze nieuwe juridische fundering. Dank voor de prettige samenwerking, tot snel.
Niels Verhage
Co-founder Rogue IT Consulting B.V.
Maarten en Caylun van Startup-Recht, ondersteunen mij bij het opzetten van mijn onderneming. Dat doen ze op een zéér prettige en professionele manier. Het is voor mij als ondernemer heel fijn om gebruik te kunnen maken van hun expertise met startups. Ik kan vragen stellen wanneer ik ze heb en krijg altijd snel een reactie. Daarnaast nemen ze mij al het juridische werk uit handen en helpen bij het opstellen van de juiste documenten. Kortom, ik ben heel erg blij met deze samenwerking en kan ze van harte aanbevelen.
Erik Maessen
Founder CoachChecker B.V.
Erg fijne samenwerking gehad. Ze dachten goed mee, leefden zich sterk in in onze visie en hebben ons op een prettige en professionele manier geholpen. Het contact was persoonlijk en duidelijk. Zeker een aanrader.
Luc de Graag
Co-founder Tikt.ai
We had an excellent experience working with Startup-Recht. Their team combines professionalism with a genuine understanding of startups’ needs, guiding us through every step with clarity and efficiency. They didn’t just answer our questions, but also anticipated challenges and offered practical solutions that gave us real peace of mind. Highly recommended for any young company looking for reliable legal support.
Luis Martinez
Co-founder UpTo
Logo staallokaal
Bij Startup-Recht is de combinatie van jong ondernemerschap en goed advies goud waard. Als ondernemer weet je dat je iets met voorwaarden moet doen, maar het komt er vaak niet van — tot Startup-Recht aanschuift. In een helder tempo nemen ze je mee in wat echt belangrijk is en zorgen ze voor voorwaarden die bij je bedrijf passen. Een perfecte balans tussen klantgericht en veilig ondernemen. Twijfel je? Drink een kop koffie met de heren en je bent overtuigd.
Sybrandus Pietersma
Mede-eigenaar Staallokaal B.V.
Zeer tevreden over Startup-Recht. Ze hebben ons geholpen met meerdere contracten en algemene voorwaarden, en wisten onze dienstverlening en werkwijze perfect te vertalen naar krachtige juridische documenten. Alles werd helder uitgelegd en ze namen ook punten mee waar wij zelf niet aan gedacht hadden. Snel schakelen, duidelijke communicatie en een topresultaat.
Daniël Coenen
Mede-oprichter Digiswift B.V.
Wij hebben Startup-Recht ingeschakeld voor het opstellen van onze algemene voorwaarden en opdrachtovereenkomst. Het resultaat was snel, van hoge kwaliteit en volledig afgestemd op onze wensen dankzij de revisierondes. Daarnaast dacht Startup-Recht goed mee in de context van ons bedrijf. Professioneel, betrouwbaar en prettig om mee samen te werken.
Paul Brandsma
Mede-oprichter AcuityAi

Startup-Recht heeft mij op deskundige en zorgvuldige wijze bijgestaan. De dienstverlening werd gekenmerkt door voortvarendheid, transparantie en een correcte afwikkeling, en dit alles tegen een alleszins redelijke prijsstelling. Ik acht de samenwerking betrouwbaar en aanbevelenswaardig.

Michael de Jong
Webdeveloper & Founder
Maarten en Caylun hebben ons uitstekend geholpen bij het opstellen van stevige voorwaarden en het voldoen aan de juiste juridische eisen. We hadden hier zelf weinig kennis van, maar zij namen de tijd om alles goed uit te leggen en advies te geven voor de toekomst. Al met al zijn we erg goed geholpen door de jongens van Startup-Recht en bevelen hen zeker aan.
Robin Jonckers
Co-founder Copywise Ai
Caylun en Maarten van Startup-Recht

Ontmoet jouw moderne juridische partner. Werken wordt eenvoudiger, sneller en zekerder.

Maak een afspraak