De mededelingsplicht van art. 7:418 BW: wanneer een bemiddelaar zijn eigen belang moet onthullen

Transparantie klinkt vanzelfsprekend, maar bij bemiddeling is die in de praktijk vaak minder volledig dan opdrachtgevers denken. Juist als een tussenpersoon zelf verdient aan het sluiten van een deal, kan dat eigen belang zwaar meewegen. Voor startups en scale-ups is het daarom belangrijk om te weten wanneer een bemiddelaar echt alles op tafel moet leggen.
Contractenrecht
Insights
Caylun J. Scholtens
09.05.2026

Waarom dit onderwerp relevant is voor startups en scale-ups

Startups en scale-ups schakelen geregeld anderen in om deals mogelijk te maken. Denk aan adviseurs, brokers, makelaars, platformen of andere tussenpersonen die partijen bij elkaar brengen, onderhandelingen faciliteren of helpen bij het sluiten van contracten. Juist in groeifases is dat aantrekkelijk: het bespaart tijd, opent deuren en kan commerciële slagkracht vergroten.

Daar zit tegelijk een risico. Wie bemiddelt, heeft vaak ook een eigen financieel belang bij het doorgaan van de transactie. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Het wordt pas spannend als dat belang niet duidelijk wordt gemaakt, of als onduidelijk blijft hoe ver dat belang precies reikt. Dan ontstaat al snel de vraag of de bemiddelaar nog uitsluitend in het belang van de opdrachtgever opereert, of dat er ook andere prikkels meespelen.

Art. 7:418 BW is precies voor dat soort situaties van belang. De bepaling beschermt opdrachtgevers tegen verborgen belangen van de opdrachtnemer bij een concrete rechtshandeling. De boodschap is streng en praktisch tegelijk: als je als bemiddelaar een direct of indirect eigen belang hebt bij het sluiten van de deal, dan moet je dat uit eigen beweging melden. En niet half, maar volledig.

Lastgeving, bemiddeling en belangenverstrengeling

Om art. 7:418 BW goed te begrijpen, is het nuttig om eerst het onderscheid tussen lastgeving en bemiddeling scherp te hebben.

Bij lastgeving verbindt de opdrachtnemer zich om voor rekening van de opdrachtgever een of meer rechtshandelingen te verrichten. De lasthebber handelt dus juridisch namens of voor rekening van de opdrachtgever. De kern is dat de lasthebber niet alleen mag handelen, maar daartoe ook verplicht is.

Bij bemiddeling ligt dat anders. De bemiddelaar verricht in beginsel geen rechtshandelingen voor de opdrachtgever, maar treedt op als tussenpersoon bij het tot stand brengen van een overeenkomst tussen de opdrachtgever en een derde. De werkzaamheden zijn vooral feitelijk van aard. Een bemiddelaar brengt partijen met elkaar in contact, wisselt informatie uit, organiseert gesprekken en helpt onderhandelingen vooruit. De bemiddelaar sluit de overeenkomst niet zelf, maar helpt wel om die overeenkomst mogelijk te maken.

Dat onderscheid is juridisch relevant, maar in de praktijk zijn de lijnen niet altijd strak. Daarom gelden de regels over bepaalde belangenconflicten uit de regeling van lastgeving ook voor bemiddeling. Voor startups en scale-ups is dat een belangrijk punt. Ook als een partij zich presenteert als “platform”, “introducer”, “deal advisor” of “commercial partner”, kan de juridische werkelijkheid meebrengen dat sprake is van bemiddeling met de daarbij horende normen.

De wet onderscheidt in dit kader grofweg drie vormen van belangenverstrengeling.

Met jezelf contracteren

De eerste vorm is de situatie waarin iemand namens de opdrachtgever optreedt en tegelijk zelf contractspartij is. Dat is alleen toegestaan als de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat een belangenconflict feitelijk is uitgesloten. Is dat niet zo, dan raakt dit aan de bevoegdheid om op die manier te handelen.

Het dienen van twee heren

De tweede vorm is het behartigen van de belangen van twee verschillende partijen bij dezelfde transactie. Ook dat kan alleen in bijzondere omstandigheden, namelijk als de inhoud van de rechtshandeling zo vastligt dat strijd tussen de belangen van beide partijen is uitgesloten. In veel echte onderhandelingen zal dat niet snel het geval zijn. Juist dan wringt het, omdat een opdrachtnemer normaal gesproken partijdig hoort op te komen voor het belang van zijn opdrachtgever.

Een ander direct of indirect eigen belang

De derde vorm is breder en voor de praktijk vaak het belangrijkst. Dat is de situatie waarin de opdrachtnemer een ander direct of indirect belang heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling. Daar draait art. 7:418 BW om. Juist omdat belangenverstrengeling zich op veel meer manieren kan voordoen dan alleen bij dubbel optreden of zelfcontracteren, heeft de wetgever gekozen voor een ruime beschermingsregel.

Wat art. 7:418 BW precies verlangt

De kern van art. 7:418 BW is eenvoudig, maar de uitwerking is verstrekkend. Heeft de opdrachtnemer bij een concrete rechtshandeling een direct of indirect eigen belang, dan moet hij dat aan de opdrachtgever meedelen. Alleen als de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat strijd tussen de belangen van partijen is uitgesloten, geldt die verplichting niet.

Dat is een belangrijke nuance. De mededelingsplicht ontstaat dus niet pas als vaststaat dat het eigen belang daadwerkelijk botst met het belang van de opdrachtgever. Dat zou de bescherming te smal maken. De opdrachtgever moet juist zelf kunnen beoordelen of hij een belangenconflict ziet, of dat conflict voor hem aanvaardbaar is en of hij nog wel door dezelfde opdrachtnemer geholpen wil worden.

Daarmee legt art. 7:418 BW de beslissingsruimte bewust bij de opdrachtgever. Niet de bemiddelaar bepaalt of zijn eigen belang onschuldig genoeg is om onvermeld te laten. De opdrachtgever moet over voldoende informatie beschikken om daar zelf een oordeel over te vormen.

Voor startups en scale-ups is dat een relevant uitgangspunt. In groeibedrijven worden deals vaak snel gesloten, onder tijdsdruk en met beperkte interne legal capaciteit. Juist dan is de verleiding groot om vooral naar de uitkomst te kijken en minder naar de positie van de tussenpersoon. Art. 7:418 BW corrigeert dat. Niet alleen de deal telt, maar ook de transparantie over de belangen die rond die deal meespelen.

Volledige openheid betekent meer dan melden dat er “iets” wordt verdiend

Een van de belangrijkste lessen is dat algemene bekendheid met het verdienmodel van de bemiddelaar niet genoeg is. Het enkele feit dat een opdrachtgever wel begrijpt dat een tussenpersoon ergens aan verdient, neemt de mededelingsplicht niet weg. Ook de precieze aard en omvang van het eigen belang kunnen relevant zijn voor de beoordeling door de opdrachtgever.

Dat speelt in het bijzonder bij commissieafspraken. Verdient de bemiddelaar commissie aan de deal, dan moet niet alleen worden meegedeeld dát er een commissie is, maar ook hoe hoog die commissie is. Die lijn maakt duidelijk dat art. 7:418 BW geen ruimte laat voor globale of vrijblijvende transparantie. Openheid moet voldoende concreet zijn om de opdrachtgever echt in staat te stellen zijn positie te beoordelen.

Dat is een stevig signaal voor de praktijk. Een bemiddelaar kan zich dus niet verschuilen achter redeneringen als: de opdrachtgever wist toch dat wij hier iets aan zouden verdienen, of: de hoogte van onze vergoeding doet er niet toe zolang de hoofddeal maar klopt. De mededelingsplicht is juist bedoeld om de opdrachtgever inzicht te geven in de prikkels die het handelen van de bemiddelaar kunnen beïnvloeden.

Voor techbedrijven is dat bijzonder relevant bij constructies waarin de tussenpersoon een succesfee, bonus, doorlopende vergoeding of percentage van een vervolgopbrengst ontvangt. Ook als die afspraken pas formeel worden vastgelegd rond het moment van contracting, kan de achterliggende prikkel al eerder bestaan en dus mededelingsplichtig zijn. De focus ligt op het eigen belang bij de concrete rechtshandeling.

Geen onderzoeksplicht voor de opdrachtgever

Een andere belangrijke les is dat de opdrachtgever niet eerst zelf op onderzoek uit hoeft te gaan. De mededelingsplicht rust op de bemiddelaar en moet uit eigen beweging worden nagekomen. De opdrachtgever hoeft dus niet eerst de juiste vragen te stellen om bescherming te verdienen.

Dat is juridisch en praktisch een wezenlijk punt. In veel commerciële relaties bestaat een informatieasymmetrie. De bemiddelaar weet welke afspraken hij met andere betrokkenen heeft gemaakt, welke vergoedingen lopen en welke extra prikkels bestaan. De opdrachtgever weet dat vaak niet, of maar gedeeltelijk. Als de wet in zo’n situatie zou zeggen dat de opdrachtgever zelf maar beter had moeten doorvragen, zou de beschermingsfunctie van art. 7:418 BW grotendeels verloren gaan.

Ook eerdere samenwerking verandert dat niet. Dat partijen al vaker zaken met elkaar hebben gedaan en dat de opdrachtgever weet dat de bemiddelaar doorgaans een financieel belang heeft, betekent nog niet dat voor een nieuwe transactie geen mededelingsplicht meer bestaat. Het gaat steeds om het belang bij de concrete rechtshandeling. Elke nieuwe deal moet dus opnieuw langs die lat worden gelegd.

Voor startups en scale-ups is dat geruststellend. Zeker in langdurige relaties met externe dealmakers of adviseurs ontstaat al snel routine. Er wordt dan gewerkt op basis van vertrouwen, snelheid en informele afstemming. Juist in die setting maakt art. 7:418 BW duidelijk dat transparantie niet mag verwateren. Ook in een bestaande samenwerking moet het eigen belang per transactie helder op tafel komen.

Wat zijn de gevolgen als die mededelingsplicht wordt geschonden?

De sancties op schending van art. 7:418 BW zijn fors. De rechtshandeling zelf blijft in stand, maar de schending van de mededelingsplicht levert wanprestatie op. Dat betekent in elk geval dat de opdrachtnemer geen recht op loon heeft en schadeplichtig kan zijn als de opdrachtgever schade lijdt.

Dat is een belangrijk onderscheid. De wet zegt hier niet primair dat de deal automatisch ongeldig is. De transactie kan dus blijven bestaan, terwijl de opdrachtnemer wel zijn aanspraak op vergoeding verliest en schade moet vergoeden. Onder omstandigheden kan daarnaast ook vernietiging van de overeenkomst in beeld komen op grond van een wilsgebrek, maar de kernsanctie van art. 7:418 BW zit in het ontbreken van loonrecht en de schadevergoedingsplicht.

Ook relevant is dat deze regeling dwingendrechtelijk van aard is. Er kan dus niet ten nadele van de opdrachtgever van worden afgeweken. Voor opdrachtgevers biedt dat een stevige ondergrens. Voor bemiddelaars betekent het dat contractuele formuleringen die de norm proberen af te zwakken geen veilig vangnet vormen.

Voor de praktijk van startups en scale-ups is de impact duidelijk. Een bemiddelaar die denkt dat beperkte transparantie commercieel handig is, neemt een serieus juridisch risico. En voor opdrachtgevers geldt het spiegelbeeld: verborgen commissiebelangen hoeven niet zomaar te worden geaccepteerd als iets dat nu eenmaal bij deals hoort.

Wat betekent dit concreet voor startups en scale-ups?

De juridische lijn is helder, maar de echte waarde zit in de praktische vertaalslag. Voor groeiende ondernemingen werkt art. 7:418 BW vooral als een reality check bij het inschakelen van tussenpersonen.

Als je opdrachtgever bent

Werk je met een partij die een deal faciliteert, onderhandelingen aanjaagt of de route naar een contract opent, dan is het verstandig om scherp te krijgen in welke rol die partij precies optreedt. Behartigt die partij alleen jouw belangen, ook die van de wederpartij, of heeft zij daarnaast nog een eigen financieel belang bij het sluiten van de overeenkomst?

Die vraag is niet alleen relevant als je wantrouwen hebt. Juist als de samenwerking soepel voelt, is het goed om te weten welke financiële prikkels meespelen. Ontvangt de bemiddelaar commissie van de andere kant? Is er een bonus gekoppeld aan het bereiken van een bepaald contractresultaat? Bestaat er nog een vervolgvergoeding als de relatie later wordt uitgebreid, verlengd of doorverkocht? Dat zijn precies de omstandigheden die kunnen bepalen hoe onafhankelijk de begeleiding in de praktijk werkelijk is.

Als je zelf bemiddelt of deals faciliteert

Voor startups en scale-ups die zelf als tussenpersoon opereren, bijvoorbeeld via een platformmodel of een adviserende rol rond transacties, is de les minstens zo belangrijk. Zodra jouw onderneming een direct of indirect belang heeft bij het sluiten van een concrete overeenkomst, is terughoudende of abstracte informatieverstrekking niet genoeg. De norm vraagt om actieve en voldoende concrete openheid.

Dat betekent ook dat een verwijzing naar algemene voorwaarden, een summiere fee disclosure of het idee dat “iedereen wel weet hoe dit werkt” riskant kan zijn. De bescherming van art. 7:418 BW is juist ingericht om te voorkomen dat de opdrachtgever met aannames moet werken. Transparantie moet de opdrachtgever in staat stellen om bewust te kiezen.

De echte les van art. 7:418 BW

De meest fundamentele les is misschien wel dat art. 7:418 BW niet alleen gaat over belangenverstrengeling, maar over beslissingsmacht. De wet gaat ervan uit dat een opdrachtgever zelf moet kunnen bepalen of hij verder wil met een bemiddelaar die ook een eigen belang heeft bij de deal. Die keuze kan alleen vrij en reëel worden gemaakt als het eigen belang volledig wordt onthuld.

Daarmee is de norm strenger dan sommige partijen in de markt wellicht hopen. Niet pas bewezen benadeling, niet pas aantoonbare botsing van belangen en niet pas een expliciete vraag van de opdrachtgever activeert de plicht. Het enkele bestaan van een direct of indirect eigen belang bij de concrete rechtshandeling is in beginsel genoeg.

Voor startups en scale-ups is dat een waardevolle les. In snelle commerciële trajecten draait veel om vertrouwen, tempo en executie. Juist daarom is heldere openheid over eigen belangen geen formaliteit, maar een voorwaarde voor zuivere samenwerking. Wie bemiddelt, moet zijn kaarten op tafel leggen. Wie een bemiddelaar inschakelt, hoeft niet genoegen te nemen met halve antwoorden.

Conclusie

Art. 7:418 BW legt de lat voor bemiddelaars hoog. Heeft de opdrachtnemer een direct of indirect eigen belang bij het sluiten van een concrete overeenkomst, dan moet dat belang actief worden gemeld. Bij commissieafspraken hoort daar ook openheid over de hoogte van de commissie bij.

Voor startups en scale-ups is dat geen theoretisch detail, maar een praktisch aandachtspunt bij elke deal waarbij een tussenpersoon betrokken is. Transparantie over eigen belangen bepaalt niet alleen hoe zuiver een onderhandeling verloopt, maar ook of vertrouwen juridisch standhoudt zodra de deal eenmaal is gesloten.

Testimonials

Wat onze klanten zeggen

Startups en scale-ups werken graag met ons samen. Lees hoe ondernemers onze betrokkenheid en expertise ervaren.

Top ervaring met de mannen van Startup Recht. Ze handelen snel zonder in te leveren op kwaliteit. Iets wat start-ups goed kunnen gebruiken!
Daan Witte
Gradient Data Science B.V.
legal expertise for fast moving startups in regulated industries. Startup-Recht provides the legal foundation for us to innovate at Pabel AI.
Stan Haaijer
Co-founder Pabel B.V.
Goede, energieke juristen met duidelijke inhoudelijke expertise. Er wordt snel geschakeld en proactief meegedacht, waarbij oplossingen worden gevonden voor innovatieve en soms complexe vraagstukken binnen onze sector: Open Source Consulting. De stukken werden op tijd geleverd en communicatie daarover was helder en tijdig. We hebben de documenten ook laten reviewen door meerdere juristen, die onder de indruk waren van de kwaliteit. Op inhoudelijke feedback is sterk en zorgvuldig ingespeeld. Dit geeft ons vertrouwen in onze nieuwe juridische fundering. Dank voor de prettige samenwerking, tot snel.
Niels Verhage
Co-founder Rogue IT Consulting B.V.
Maarten en Caylun van Startup-Recht, ondersteunen mij bij het opzetten van mijn onderneming. Dat doen ze op een zéér prettige en professionele manier. Het is voor mij als ondernemer heel fijn om gebruik te kunnen maken van hun expertise met startups. Ik kan vragen stellen wanneer ik ze heb en krijg altijd snel een reactie. Daarnaast nemen ze mij al het juridische werk uit handen en helpen bij het opstellen van de juiste documenten. Kortom, ik ben heel erg blij met deze samenwerking en kan ze van harte aanbevelen.
Erik Maessen
Founder CoachChecker B.V.
Erg fijne samenwerking gehad. Ze dachten goed mee, leefden zich sterk in in onze visie en hebben ons op een prettige en professionele manier geholpen. Het contact was persoonlijk en duidelijk. Zeker een aanrader.
Luc de Graag
Co-founder Tikt.ai
We had an excellent experience working with Startup-Recht. Their team combines professionalism with a genuine understanding of startups’ needs, guiding us through every step with clarity and efficiency. They didn’t just answer our questions, but also anticipated challenges and offered practical solutions that gave us real peace of mind. Highly recommended for any young company looking for reliable legal support.
Luis Martinez
Co-founder UpTo
Logo staallokaal
Bij Startup-Recht is de combinatie van jong ondernemerschap en goed advies goud waard. Als ondernemer weet je dat je iets met voorwaarden moet doen, maar het komt er vaak niet van — tot Startup-Recht aanschuift. In een helder tempo nemen ze je mee in wat echt belangrijk is en zorgen ze voor voorwaarden die bij je bedrijf passen. Een perfecte balans tussen klantgericht en veilig ondernemen. Twijfel je? Drink een kop koffie met de heren en je bent overtuigd.
Sybrandus Pietersma
Mede-eigenaar Staallokaal B.V.
Zeer tevreden over Startup-Recht. Ze hebben ons geholpen met meerdere contracten en algemene voorwaarden, en wisten onze dienstverlening en werkwijze perfect te vertalen naar krachtige juridische documenten. Alles werd helder uitgelegd en ze namen ook punten mee waar wij zelf niet aan gedacht hadden. Snel schakelen, duidelijke communicatie en een topresultaat.
Daniël Coenen
Mede-oprichter Digiswift B.V.
Wij hebben Startup-Recht ingeschakeld voor het opstellen van onze algemene voorwaarden en opdrachtovereenkomst. Het resultaat was snel, van hoge kwaliteit en volledig afgestemd op onze wensen dankzij de revisierondes. Daarnaast dacht Startup-Recht goed mee in de context van ons bedrijf. Professioneel, betrouwbaar en prettig om mee samen te werken.
Paul Brandsma
Mede-oprichter AcuityAi

Startup-Recht heeft mij op deskundige en zorgvuldige wijze bijgestaan. De dienstverlening werd gekenmerkt door voortvarendheid, transparantie en een correcte afwikkeling, en dit alles tegen een alleszins redelijke prijsstelling. Ik acht de samenwerking betrouwbaar en aanbevelenswaardig.

Michael de Jong
Webdeveloper & Founder
Maarten en Caylun hebben ons uitstekend geholpen bij het opstellen van stevige voorwaarden en het voldoen aan de juiste juridische eisen. We hadden hier zelf weinig kennis van, maar zij namen de tijd om alles goed uit te leggen en advies te geven voor de toekomst. Al met al zijn we erg goed geholpen door de jongens van Startup-Recht en bevelen hen zeker aan.
Robin Jonckers
Co-founder Copywise Ai
Caylun en Maarten van Startup-Recht

Ontmoet jouw moderne juridische partner. Werken wordt eenvoudiger, sneller en zekerder.

Maak een afspraak