Bestuurdersaansprakelijkheid bij belastingschulden: waar startups en scale-ups echt op moeten letten

Bestuurdersaansprakelijkheid voelt voor veel founders als iets dat pas speelt als een onderneming echt omvalt. Dat beeld klopt niet. Juist bij belastingschulden, liquiditeitsdruk en gebrekkige governance kan de stap van ondernemingsrisico naar privéaansprakelijkheid verrassend klein worden.
Fiscaal recht
Ondernemingsrecht
Insights
Maarten S. Talsma
05.05.2026

Voor startups en scale-ups is bestuurdersaansprakelijkheid vaak een onderwerp dat pas aandacht krijgt als de druk al hoog is. Dat is riskant. Wie te laat kijkt naar fiscale betalingsproblemen, interne besluitvorming en de kwaliteit van de administratie, ontdekt soms pas achteraf dat het speelveld voor bestuurders veel kleiner was dan gedacht.

In de praktijk van jonge groeibedrijven speelt dat extra sterk. Snelle groei, wisselende cashflow, afhankelijkheid van investeringen en een organisatie die nog niet volledig is uitgekristalliseerd, maken het verleidelijk om belastingen, documentatie of governance tijdelijk naar de achtergrond te schuiven. Juist dan ontstaat een situatie waarin bestuurders persoonlijk in beeld kunnen komen.

Waarom bestuurdersaansprakelijkheid bij belastingschulden zo gevoelig ligt

Het uitgangspunt in het ondernemingsrecht is helder: de vennootschap heeft een eigen vermogen en eigen verplichtingen. In beginsel is dus de rechtspersoon aansprakelijk, niet de bestuurder privé. Maar op dat uitgangspunt bestaan belangrijke uitzonderingen. Bij onbetaalde belastingschulden kan de Belastingdienst een bestuurder onder omstandigheden rechtstreeks aanspreken. Daarnaast kunnen ook civielrechtelijke routes een rol spelen, bijvoorbeeld via de vennootschap zelf, een curator of een vordering uit onrechtmatige daad.

Voor techbedrijven is dat geen theoretisch risico. Belastingschulden ontstaan vaak niet door één groot incident, maar door een reeks kleinere keuzes: salarissen eerst, leveranciers eerst, een financieringsronde die later binnenkomt dan verwacht, of een administratie die de groei niet meer bijhoudt. Het probleem is dat zulke keuzes juridisch zwaar kunnen gaan wegen zodra de onderneming structureel niet meer aan haar fiscale verplichtingen voldoet.

De kernvraag is dan niet alleen of er belasting onbetaald is gebleven. De kernvraag wordt ook hoe het bestuur heeft gehandeld, welke signalen er waren, of tijdig is ingegrepen en of formele stappen correct zijn gezet.

De fiscale route: de melding van betalingsonmacht als kantelpunt

Bij fiscale bestuurdersaansprakelijkheid is de melding van betalingsonmacht een cruciaal moment. Die melding is in de praktijk vaak het verschil tussen een lastige discussie en een vrijwel verloren uitgangspositie.

Als betalingsonmacht niet rechtsgeldig is gemeld, werkt dat zeer hard door. Dan ontstaat in beginsel het wettelijke vermoeden dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Dat betekent dat de bestuurder niet meer begint vanuit een neutrale bewijspositie. Is er wel rechtsgeldig gemeld, dan ligt de lat voor aansprakelijkheid anders: dan moet aannemelijk worden gemaakt dat in de drie jaren vóór de melding sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Voor startups en scale-ups is dat een belangrijk onderscheid. In de eerste situatie verschuift de druk sterk naar de bestuurder. In de tweede situatie blijft de discussie inhoudelijk veel meer draaien om het feitelijke bestuur en de kwaliteit van de besluitvorming.

Wat een geldige melding vraagt

Een melding van betalingsonmacht moet schriftelijk worden gedaan. Daarbij moet inzicht worden gegeven in de redenen waarom de belasting niet binnen de wettelijke termijn kan worden betaald. De ontvanger kan daarnaast aanvullende informatie vragen over de financiële positie van het lichaam en over de betalingsonmacht zelf. Die informatie moet dan ook worden verstrekt.

Dat klinkt administratief, maar het is in werkelijkheid een governance-toets. Een bestuur dat niet helder kan uitleggen waarom betaling uitblijft, of niet in staat is de gevraagde informatie te leveren, laat vaak tegelijk zien dat de interne controle tekortschiet. Voor jonge ondernemingen met een lean financefunctie is dat een duidelijk aandachtspunt. De kwaliteit van je administratie is niet alleen van belang voor rapportages en investeerders, maar ook voor de persoonlijke positie van bestuurders.

De timing is scherp, ook bij tijdelijke krapte

Een tweede valkuil is timing. De melding moet onverwijld plaatsvinden. In de praktijk gaat het om zeer korte termijnen. Daarbij is van belang dat ook tijdelijke betalingsonmacht tijdig moet worden gemeld. Dus ook als het bestuur verwacht dat het liquiditeitsprobleem over korte tijd weer wordt opgelost, kan de meldingsplicht al spelen.

Dat maakt dit onderwerp juist voor startups zo relevant. Veel groeibedrijven leven niet in een stabiel kasritme, maar in sprongen. Een vertraagde klantbetaling, een uitgestelde tranche uit een investering of onverwachte kosten kunnen voldoende zijn om tijdelijk niet te kunnen betalen. Juridisch is tijdelijk dan niet hetzelfde als onschuldig. Het bestuur moet tijdig handelen.

Ook relevant is dat betalingsonmacht niet alleen bestaat als er letterlijk geen geld meer is. Daarvan kan ook sprake zijn als er nog wel liquide middelen zijn, maar die worden ingezet voor andere opeisbare verplichtingen. Het bestuur kan dus niet zonder meer redeneren dat er geen probleem is zolang er nog ergens cash beschikbaar is.

Selectieve betalingen: soms verdedigbaar, soms gevaarlijk

Zodra de kas onder druk staat, moet het bestuur keuzes maken. Personeel betalen, een kritische leverancier overeind houden of ruimte kopen voor een mogelijke doorstart kan bedrijfseconomisch logisch zijn. Maar juist daar schuurt het met bestuurdersaansprakelijkheid.

Selectieve betaling is niet automatisch onrechtmatig of kennelijk onbehoorlijk. Er bestaat geen algemene regel dat een bestuurder altijd onrechtmatig handelt als hij bij betalingen geen rekening houdt met preferenties. Die nuance is belangrijk, zeker voor ondernemingen die in zwaar weer proberen te overleven.

Tegelijk is die ruimte niet onbeperkt. Onder omstandigheden kan selectief betalen wel degelijk bijdragen aan het oordeel dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Dat risico wordt groter als belastingschulden blijven liggen terwijl andere schuldeisers worden betaald, zeker wanneer de onderneming haar activiteiten feitelijk al aan het afbouwen is. De juridische maatstaf is streng: beslissend is of geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden dezelfde afweging zou hebben gemaakt.

Voor founders en managementteams betekent dat vooral dit: documenteer waarom bepaalde betalingskeuzes zijn gemaakt. Niet om achteraf een verhaal te bouwen, maar om tijdens de besluitvorming te toetsen of de keuze echt verdedigbaar is.

Een geldige melding werkt door, maar niet onbeperkt

Een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht hoeft niet voor ieder opvolgend tijdvak opnieuw te worden gedaan. Dat is praktisch, zeker in situaties waarin de betalingsproblemen langer aanhouden. Maar die doorwerking is niet onbeperkt.

De werking eindigt in elk geval wanneer de vennootschap weer volledig bij is met de relevante belastingen, of wanneer feitelijk geen sprake meer is van betalingsonmacht. Bovendien geldt de doorlopende werking alleen voor de aangegeven belasting. Een eerdere melding is dus geen algemeen schild voor alle toekomstige fiscale problemen.

Voor scale-ups met meerdere belastingstromen en snel wisselende financiële posities is dat een punt om scherp op te zijn. Een oude melding geeft snel een gevoel van veiligheid, terwijl de feitelijke bescherming beperkter kan zijn dan gedacht.

Waar het in de praktijk vaak wringt

De fiscale meldingsregeling is bedoeld om snel zicht te krijgen op betalingsproblemen en om onbehoorlijk bestuur aan te pakken. In de praktijk pakt het systeem soms anders uit. Niet alleen kwaadwillende bestuurders lopen risico, maar ook goedwillende bestuurders die de melding niet correct of niet tijdig hebben gedaan.

Dat maakt de regeling hard. Een bestuurder kan in een procedure alsnog aannemelijk maken dat hij juist heeft geprobeerd de onderneming overeind te houden, personeel heeft willen beschermen, nieuwe activiteiten heeft geprobeerd op te starten en niet in eigen belang heeft gehandeld. Toch kan de afwezigheid van een rechtsgeldige melding dan nog steeds zwaar tegen hem werken.

Voor startups en scale-ups is dat misschien wel de belangrijkste les uit de fiscale route: goede intenties zijn niet genoeg. Een bestuurder kan zichtbaar bonafide zijn en toch in een ongunstige bewijspositie belanden. Juist daarom hoort betalingsonmacht geen onderwerp te zijn dat ergens onderaan de legal checklist blijft staan.

Civiele bestuurdersaansprakelijkheid: meer dan alleen de fiscus

Naast de fiscale route speelt ook civiele bestuurdersaansprakelijkheid een grote rol. Daarbij kan grofweg onderscheid worden gemaakt tussen interne aansprakelijkheid en externe aansprakelijkheid.

Interne aansprakelijkheid ziet op de verhouding tussen de bestuurder en de rechtspersoon. Externe aansprakelijkheid ziet op aansprakelijkheid tegenover derden, zoals crediteuren, of op aansprakelijkheid in faillissement. Voor ondernemers is dat onderscheid relevant, omdat verschillende partijen verschillende routes kunnen kiezen.

Waar de fiscale meldingsregeling sterk leunt op formele vereisten en bewijsvermoedens, draait civiele aansprakelijkheid vaak meer om de kwaliteit van het bestuur, de taakverdeling, de ernst van gemaakte fouten en de vraag of een bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft.

Interne aansprakelijkheid: de bestuurstaak is een gezamenlijke verantwoordelijkheid

Een bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Die bestuurstaak berust in beginsel bij het bestuur als collectief. Dat betekent dat een fout niet altijd kan worden weggezet als het probleem van één finance lead, één co-founder of één operationeel bestuurder.

Interne aansprakelijkheid is in beginsel hoofdelijk. De vennootschap kan dus één bestuurder aanspreken voor de gehele schade. Daarna ontstaat eventueel een regresvraag tussen bestuurders onderling. Dat maakt de onderlinge governance binnen startupteams extra belangrijk. Een informele taakverdeling is operationeel misschien efficiënt, maar biedt juridisch minder comfort als het misgaat.

Voor aansprakelijkheid is vereist dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of daarvan sprake is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Relevant zijn onder meer de aard en ernst van de normschending, de activiteiten van de vennootschap, de risico’s die daaruit voortvloeien, de taakverdeling binnen het bestuur, de geldende richtlijnen en de informatie waarover de bestuurder beschikte of had behoren te beschikken.

Voor de praktijk betekent dit dat een bestuurder niet snel wegkomt met de stelling dat hij ergens niet van wist. Zeker als een onderwerp tot de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het bestuur behoort, mag worden verwacht dat bestuurders ingrijpen, zich distantiëren van onbehoorlijk handelen en maatregelen treffen om schade te voorkomen.

Dividend en uitkeringen: ook winst naar aandeelhouders kan terugkaatsen naar het bestuur

Een bijzondere vorm van interne aansprakelijkheid speelt bij winstuitkeringen. Het bestuur moet een uitkering goedkeuren en moet die goedkeuring weigeren als het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap daarna haar opeisbare schulden niet meer kan blijven betalen.

Dat is voor startups relevant, ook als klassieke dividenduitkeringen niet dagelijks voorkomen. In elke situatie waarin waarde uit de vennootschap verdwijnt terwijl de liquiditeitspositie al kwetsbaar is, moet het bestuur scherp toetsen of de onderneming daarna nog aan haar verplichtingen kan voldoen.

Als de vennootschap na een uitkering haar opeisbare schulden niet meer kan betalen, kunnen bestuurders die dit wisten of hadden moeten voorzien hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het tekort dat door die uitkering is ontstaan. Ook hier geldt een disculpatiemogelijkheid, maar die vraagt meer dan alleen achteraf zeggen dat men het er niet mee eens was. Een bestuurder zal moeten aantonen dat de uitkering hem niet te verwijten valt én dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen.

Faillissement: wanneer de curator naar het bestuur kijkt

In faillissement verschuift het speelveld opnieuw. Dan kan de curator bestuurders aanspreken voor het gehele faillissementstekort als zij in de drie jaren vóór het faillissement kennelijk onbehoorlijk hebben bestuurd en dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

Voor groeibedrijven is vooral van belang dat de administratie hier een doorslaggevende rol kan spelen. Als de boekhoudverplichting is geschonden of de regels rond openbaarmaking van de jaarrekening niet zijn nageleefd, ontstaat een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling en van causaal verband met het faillissement. Dat maakt de bewijspositie van de curator aanzienlijk sterker.

In gewone taal: een rommelige administratie is niet alleen een operationeel probleem, maar kan in een faillissement direct omslaan in een juridische achterstand voor bestuurders. Dat geldt te meer omdat de boekhoudverplichting ook een bewaarplicht omvat. Niet alleen het voeren van administratie telt dus mee, maar ook het bewaren van relevante stukken.

Voor startups die snel opschalen is dit vaak een onderschat risico. Een bedrijf kan technologisch volwassen ogen en commercieel tractie hebben, terwijl de interne administratieve basis nog te dun is voor de juridische eisen die aan bestuurders worden gesteld.

Ook feitelijke beleidsbepalers kunnen in beeld komen

Niet alleen formele bestuurders lopen risico. Ook degene die het beleid mede bepaalt alsof hij bestuurder is, kan aansprakelijk worden gesteld. Dat is een belangrijk punt in ondernemingen waar de formele structuur niet volledig samenvalt met de feitelijke macht.

Voor jonge bedrijven, waar veel informeel wordt beslist en de scheidslijn tussen aandeelhouder, adviseur, strategisch sparringpartner en feitelijk bestuurder soms vervaagt, is dat relevant. Een titel in het handelsregister is niet altijd doorslaggevend. Wie feitelijk op de stoel van het bestuur gaat zitten, opdrachten geeft die worden gevolgd of samen met het formele bestuur het beleid bepaalt, kan juridisch dichter bij bestuurdersaansprakelijkheid komen dan gedacht.

Onrechtmatige daad: nog een route naast de specifieke aansprakelijkheidsregimes

De ontvanger kan naast specifieke fiscale bevoegdheden ook kiezen voor een civielrechtelijke route op grond van onrechtmatige daad. Dan moet worden bewezen dat sprake is van een onrechtmatige gedraging die aan de dader kan worden toegerekend, dat schade is geleden en dat er causaal verband bestaat tussen die gedraging en de schade.

Die route is minder mechanisch dan de meldingsregeling, maar zeker niet onbelangrijk. Voor bestuurders betekent dit dat ook buiten de specifieke fiscale aansprakelijkheidsregels discussie kan ontstaan over hun handelen of nalaten. Voor de Belastingdienst speelt daarbij mee dat zij, vergeleken met gewone crediteuren, relatief sterke informatiebevoegdheden heeft om de feitelijke situatie boven tafel te krijgen.

In de praktijk is dit vooral relevant in complexere dossiers, bijvoorbeeld waar de feitelijke gang van zaken moeilijk te reconstrueren is of waar verschillende betrokkenen een rol hebben gespeeld in het ontstaan van de schade.

Wat dit betekent voor adviseurs en andere spelers rond de onderneming

Hoewel bestuurdersaansprakelijkheid in de eerste plaats over bestuurders gaat, kan de discussie ook raken aan externe adviseurs. Zeker wanneer een adviseur niet alleen adviseert, maar feitelijk zo dicht op de besluitvorming zit dat hij als medebeleidsbepaler kan worden gezien.

Dat is voor startups en scale-ups relevant omdat zij vaak sterk leunen op externe fiscalisten, finance professionals of andere specialisten. Externe ondersteuning is logisch en vaak verstandig, maar de rolverdeling moet helder blijven. Wie adviseert, hoort niet ongemerkt het bestuur over te nemen. En wie bestuurder is, moet blijven sturen, toetsen en beslissen.

De belangrijkste les voor founders en scale-ups

Bestuurdersaansprakelijkheid bij belastingschulden draait zelden alleen om de vraag of er te weinig geld was. Het draait vooral om gedrag, timing, documentatie en governance. Is betalingsonmacht tijdig en correct gemeld? Was duidelijk waarom bepaalde betalingen prioriteit kregen? Was de administratie op orde? Heeft het bestuur actief gestuurd en ingegrepen?

Bij Startup-Recht zien we regelmatig dat juist snelgroeiende ondernemingen gevoelig zijn voor dit soort risico’s. Niet omdat bestuurders per se roekeloos handelen, maar omdat groei, druk en informele besluitvorming gemakkelijk leiden tot gaten in processen die juridisch zwaar kunnen uitpakken.

De praktische conclusie is daarom eenvoudig, maar belangrijk: behandel fiscale betalingsproblemen als een bestuurskwestie, niet als een puur administratief issue. Zodra belastingen niet tijdig kunnen worden betaald, raakt dat direct aan de persoonlijke positie van bestuurders. Wie dat op tijd onderkent, vergroot de kans dat een zakelijk probleem ook zakelijk blijft.

Testimonials

Wat onze klanten zeggen

Startups en scale-ups werken graag met ons samen. Lees hoe ondernemers onze betrokkenheid en expertise ervaren.

Top ervaring met de mannen van Startup Recht. Ze handelen snel zonder in te leveren op kwaliteit. Iets wat start-ups goed kunnen gebruiken!
Daan Witte
Gradient Data Science B.V.
legal expertise for fast moving startups in regulated industries. Startup-Recht provides the legal foundation for us to innovate at Pabel AI.
Stan Haaijer
Co-founder Pabel B.V.
Goede, energieke juristen met duidelijke inhoudelijke expertise. Er wordt snel geschakeld en proactief meegedacht, waarbij oplossingen worden gevonden voor innovatieve en soms complexe vraagstukken binnen onze sector: Open Source Consulting. De stukken werden op tijd geleverd en communicatie daarover was helder en tijdig. We hebben de documenten ook laten reviewen door meerdere juristen, die onder de indruk waren van de kwaliteit. Op inhoudelijke feedback is sterk en zorgvuldig ingespeeld. Dit geeft ons vertrouwen in onze nieuwe juridische fundering. Dank voor de prettige samenwerking, tot snel.
Niels Verhage
Co-founder Rogue IT Consulting B.V.
Maarten en Caylun van Startup-Recht, ondersteunen mij bij het opzetten van mijn onderneming. Dat doen ze op een zéér prettige en professionele manier. Het is voor mij als ondernemer heel fijn om gebruik te kunnen maken van hun expertise met startups. Ik kan vragen stellen wanneer ik ze heb en krijg altijd snel een reactie. Daarnaast nemen ze mij al het juridische werk uit handen en helpen bij het opstellen van de juiste documenten. Kortom, ik ben heel erg blij met deze samenwerking en kan ze van harte aanbevelen.
Erik Maessen
Founder CoachChecker B.V.
Erg fijne samenwerking gehad. Ze dachten goed mee, leefden zich sterk in in onze visie en hebben ons op een prettige en professionele manier geholpen. Het contact was persoonlijk en duidelijk. Zeker een aanrader.
Luc de Graag
Co-founder Tikt.ai
We had an excellent experience working with Startup-Recht. Their team combines professionalism with a genuine understanding of startups’ needs, guiding us through every step with clarity and efficiency. They didn’t just answer our questions, but also anticipated challenges and offered practical solutions that gave us real peace of mind. Highly recommended for any young company looking for reliable legal support.
Luis Martinez
Co-founder UpTo
Logo staallokaal
Bij Startup-Recht is de combinatie van jong ondernemerschap en goed advies goud waard. Als ondernemer weet je dat je iets met voorwaarden moet doen, maar het komt er vaak niet van — tot Startup-Recht aanschuift. In een helder tempo nemen ze je mee in wat echt belangrijk is en zorgen ze voor voorwaarden die bij je bedrijf passen. Een perfecte balans tussen klantgericht en veilig ondernemen. Twijfel je? Drink een kop koffie met de heren en je bent overtuigd.
Sybrandus Pietersma
Mede-eigenaar Staallokaal B.V.
Zeer tevreden over Startup-Recht. Ze hebben ons geholpen met meerdere contracten en algemene voorwaarden, en wisten onze dienstverlening en werkwijze perfect te vertalen naar krachtige juridische documenten. Alles werd helder uitgelegd en ze namen ook punten mee waar wij zelf niet aan gedacht hadden. Snel schakelen, duidelijke communicatie en een topresultaat.
Daniël Coenen
Mede-oprichter Digiswift B.V.
Wij hebben Startup-Recht ingeschakeld voor het opstellen van onze algemene voorwaarden en opdrachtovereenkomst. Het resultaat was snel, van hoge kwaliteit en volledig afgestemd op onze wensen dankzij de revisierondes. Daarnaast dacht Startup-Recht goed mee in de context van ons bedrijf. Professioneel, betrouwbaar en prettig om mee samen te werken.
Paul Brandsma
Mede-oprichter AcuityAi

Startup-Recht heeft mij op deskundige en zorgvuldige wijze bijgestaan. De dienstverlening werd gekenmerkt door voortvarendheid, transparantie en een correcte afwikkeling, en dit alles tegen een alleszins redelijke prijsstelling. Ik acht de samenwerking betrouwbaar en aanbevelenswaardig.

Michael de Jong
Webdeveloper & Founder
Maarten en Caylun hebben ons uitstekend geholpen bij het opstellen van stevige voorwaarden en het voldoen aan de juiste juridische eisen. We hadden hier zelf weinig kennis van, maar zij namen de tijd om alles goed uit te leggen en advies te geven voor de toekomst. Al met al zijn we erg goed geholpen door de jongens van Startup-Recht en bevelen hen zeker aan.
Robin Jonckers
Co-founder Copywise Ai
Caylun en Maarten van Startup-Recht

Ontmoet jouw moderne juridische partner. Werken wordt eenvoudiger, sneller en zekerder.

Maak een afspraak