IE-rechten in de corporate structuur: waar startups en scale-ups vaak te laat naar kijken

Deze blog laat zien waarom IE-rechten veel meer zijn dan een juridische bijzaak in een corporate structuur. Zeker voor startups en scale-ups, waar software, merk, data, knowhow en andere immateriële activa vaak de kern van de onderneming vormen, kan de manier waarop die rechten worden gehouden en overgedragen grote gevolgen hebben. Wie grip wil houden op groei, investeringen en risico’s, doet er goed aan dit onderwerp vroeg serieus te nemen.
Insights
Caylun J. Scholtens
17.04.2026

Waarom IE-rechten een vaste plek verdienen in corporate structuring

Bij corporate structuring gaat veel aandacht uit naar aandeelhouders, governance, financiering en fiscale inrichting. Toch zit de echte waarde van een techbedrijf vaak ergens anders: in de IE-rechten en quasi-IE-rechten die het bedrijf onderscheiden in de markt. Denk aan software, merken, octrooien, modellen, databanken, domeinnamen, social media handles en bedrijfsgeheimen.

Juist daarom is het opvallend hoe vaak deze activa pas laat in beeld komen. In de praktijk is dat risicovol. Niet alleen omdat IE-rechten een belangrijk vermogensbestanddeel zijn, maar ook omdat de juridische behandeling ervan sterk kan verschillen per recht en per land. Voor een startup die internationaal opereert of wil opschalen, is dat geen detail maar een structureel aandachtspunt.

Het lastige is dat immateriële activa zich niet netjes gedragen zoals veel materiële activa dat doen. Waar vastgoed meestal wordt ondergebracht in de vennootschap van het land waar het ligt, kunnen IE-rechten binnen een groep juist verspreid raken over meerdere vennootschappen, registers en rechtsstelsels. Dat maakt de vraag wie rechthebbende is, welk recht van toepassing is en hoe overdracht of verpanding werkt, direct relevant voor de inrichting van de groep.

Voor founders en managementteams betekent dit vooral dat een corporate structuur zonder doordachte IE-positie op papier misschien logisch oogt, maar in de praktijk kwetsbaar kan zijn.

Welk recht geldt voor IE-rechten in een internationale groep?

Een van de eerste complicaties is het toepasselijke recht. Een nationaal IE-recht vindt zijn basis in de wetgeving van het land waar dat recht bestaat. Die wetgeving bepaalt niet alleen hoe het recht ontstaat en welke bevoegdheden de rechthebbende heeft, maar ook hoe dat recht vermogensrechtelijk moet worden behandeld.

Dat klinkt technisch, maar de praktische gevolgen zijn groot. Als een onderneming een internationale IE-portefeuille heeft, kan die portefeuille dus tegelijk onder meerdere rechtsstelsels vallen. Dat raakt vragen als: wie geldt juridisch als rechthebbende, welke bevoegdheden heeft een licentienemer, hoe werkt overdracht en aan welke eisen moet een zekerheidsrecht voldoen?

Bij regionale, supranationale rechten ligt het weer anders. Voor rechten zoals het Uniemerk, het Uniemodel en het communautair kwekersrecht geldt dat zij voor vermogensrechtelijke behandeling in beginsel worden gekoppeld aan de lidstaat waar de houder zijn zetel heeft of is gevestigd. Ontbreekt zo’n koppeling binnen de EU, dan wordt aangesloten bij het land waar het betreffende IE-bureau is gevestigd. Dat betekent dat bij bepaalde structuren ineens Spaans of Frans recht relevant kan worden, ook als de groep zelf daar niet is gevestigd.

Voor startups en scale-ups is dit vooral van belang zodra investeerders, financiers of internationale groepsvennootschappen in beeld komen. Een financieringsdocument naar Nederlands recht kan dan niet vanzelfsprekend voldoende zijn als het gaat om IE-rechten waarvoor dwingende eisen uit een ander rechtstelsel gelden. De corporate structuur en de IE-structuur moeten dus op elkaar aansluiten, ook grensoverschrijdend.

Wie is eigenlijk de rechthebbende?

Geregistreerde rechten lijken overzichtelijk, maar zijn dat niet altijd

Bij geregistreerde IE-rechten, zoals merken, ingeschreven modellen en octrooien, mag in het algemeen worden aangenomen dat de houder in het register ook de rechthebbende is. Dat geeft houvast. Maar ook hier schuilt een nuance die in transacties en herstructureringen relevant is: inschrijving van een overdracht is vaak niet constitutief voor de overdracht zelf, maar wel nodig voor derdenwerking.

Met andere woorden, een overdracht kan juridisch al hebben plaatsgevonden zonder dat die nog zichtbaar is in het register. Tegelijk kan het ontbreken van een correcte registratie wel problemen opleveren tegenover derden. Voor een onderneming die haar portefeuille netjes wil beheren, of die wil optreden tegen inbreuk, is dat geen formaliteit.

Ongeregistreerde rechten vragen vaak om feitenonderzoek

Bij ongeregistreerde rechten, zoals auteursrechten, niet-ingeschreven modelrechten en naburige rechten, ontbreekt meestal een relevant register. Dan wordt de vraag wie rechthebbende is al snel een feitenkwestie.

Voor techbedrijven is dit bijzonder herkenbaar. Software is vaak een kernactivum, maar de rechten daarop zitten juridisch niet automatisch altijd waar ondernemers denken dat ze zitten. Was de programmeur werknemer of werkte die als zzp’er? Door wie is het werk precies gemaakt? Zijn de rechten vanaf het begin bij de vennootschap terechtgekomen, of had daarna nog een geldige overdracht moeten plaatsvinden?

Dat verschil is essentieel. Wanneer een programmeur in dienstverband heeft gewerkt, kunnen de rechten relatief snel bij de werkgever liggen. Wanneer dezelfde werkzaamheden door een zelfstandige zijn verricht, is veelal een nadere akte nodig om de rechten bij de onderneming te krijgen. Bij logo’s, designs, content en andere creatieve output speelt dezelfde vraag.

Voor startups die snel bouwen met freelancers, externe developers of tijdelijke teams, is dit een klassiek risico. Niet omdat er meteen iets mis hoeft te gaan, maar omdat pas bij een investeringsronde, due diligence of exit blijkt dat documentatie ontbreekt of dat de keten van overdracht niet sluit.

Buitenlandse makers maken het complexer

De complexiteit neemt toe wanneer werknemers of opdrachtnemers in het buitenland werken, of wanneer rechten in het buitenland zijn gecreëerd. Dan kan ook buitenlands recht een rol spelen bij de vraag wie rechthebbende is en of overdracht correct heeft plaatsgevonden.

Dat maakt ook duidelijk waarom een standaard due diligence-aanpak niet altijd volstaat. Waar ondernemingsrechtelijk onderzoek vaak wordt ingericht per jurisdictie van de te onderzoeken vennootschap, vraagt onderzoek naar IE-rechten vaak om een meer gecentraliseerde aanpak, met specialistische kennis van de rechtsstelsels die op de betreffende rechten van toepassing zijn.

Voor groeibedrijven die internationaal talent inzetten, is dit een belangrijk signaal. De juridische herkomst van IE-rechten volgt niet automatisch de vennootschapsstructuur. Soms volgt die de maker, de plaats van creatie of het toepasselijke recht op het betreffende IE-recht.

Overdracht van IE-rechten: veel meer dan een handtekening

Een geldige overdracht vraagt om meer dan een registerwijziging

De meeste IE-rechten zijn naar Nederlands recht vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht of andere overgang. Maar een overdracht is pas juridisch houdbaar als aan de vereisten voor overdracht is voldaan. Daarvoor zijn in elk geval een geldige titel, een leveringshandeling en beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder nodig.

In de praktijk ligt de nadruk vaak op de akte of op de aanpassing in het register. Toch is juist de titel een punt waar het geregeld misgaat. Zeker binnen groepen worden IE-rechten nog weleens “verhangen” van de ene vennootschap naar de andere, zonder dat goed is vastgelegd op basis waarvan die overdracht plaatsvindt. Dan kan het lijken alsof alles geregeld is, terwijl de juridische basis onder de transactie ontbreekt.

Dat risico is niet theoretisch. Als de vervreemdende vennootschap later failliet gaat, kan er belang ontstaan om te onderzoeken of de rechten juridisch wel echt zijn overgedragen. Voor een curator kan dat reden zijn om het standpunt in te nemen dat de rechten nog steeds bij de vervreemder berusten.

Voor startups en scale-ups binnen een groep is dat een belangrijke les: een interne herschikking van IE-rechten is geen administratieve formaliteit. Ook binnen concernverband moet de overdracht juridisch kloppen.

De levering zelf vereist precisie

Voor levering is naar Nederlands recht in beginsel een daartoe bestemde akte nodig waarin de rechten voldoende concreet worden benoemd en waarin de vervreemder verklaart die rechten over te dragen aan de verkrijger. In de praktijk gebeurt dat vaak via een koopovereenkomst met een aparte overdrachtsakte of via afzonderlijke verklaringen van overdracht.

Dat maatwerk is logisch. Verschillende IE-bureaus stellen verschillende eisen aan registratie, taal en formaliteiten. Daarom worden in de praktijk vaak meerdere documenten opgesteld die zijn afgestemd op de eisen van specifieke registers. Dat voorkomt ook dat gevoelige commerciële afspraken, zoals de koopprijs, openbaar worden doordat de volledige overeenkomst moet worden ingeschreven.

Voor ongeregistreerde rechten en quasi-IE-rechten ligt de nadruk nog sterker op een duidelijke omschrijving. Omdat er geen register is dat later houvast geeft, is het van belang dat helder is welke rechten precies worden overgedragen. Voldoende bepaaldheid is daar cruciaal.

Quasi-IE-rechten worden vaak onderschat

Niet alle waardevolle immateriële activa zijn klassieke IE-rechten. Domeinnamen, social media handles en bedrijfsgeheimen spelen voor veel startups minstens zo’n grote rol. Toch worden ze in herstructureringen of transacties nog vaak behandeld alsof ze vanzelf meebewegen met de rest van de onderneming.

Dat is riskant. Bij domeinnamen gaat het in de praktijk niet alleen om een overeenkomst, maar ook om feitelijke controle. De verkrijger moet daadwerkelijk toegang krijgen, bijvoorbeeld doordat een verhuistoken wordt verstrekt waarmee de domeinnaam naar een andere provider of account kan worden overgezet.

Bij social media handles is dat vaak nog lastiger, omdat de overdraagbaarheid en de feitelijke overstap mede afhangen van de voorwaarden van het platform. Wie alleen contractueel vastlegt dat een account wordt overgedragen, is er dus nog niet.

Voor bedrijfsgeheimen geldt opnieuw een eigen dynamiek. Door hun feitelijke aard is overdracht niet simpelweg een papieren exercitie. De verkrijger moet in het bezit worden gesteld van de dragers waarop die geheimen rusten, terwijl de vervreemder zich contractueel moet binden aan geheimhouding en niet-gebruik. Ook hier is feitelijke beheersing minstens zo belangrijk als juridische formulering.

Voor techbedrijven is dit een belangrijk aandachtspunt, omdat juist deze quasi-IE-rechten vaak direct verbonden zijn met marketing, productontwikkeling, klantbereik en concurrentievoordeel.

Waarom het register niet genoeg zegt

Een register geeft comfort, maar niet altijd volledige zekerheid. In de IE-praktijk komt het voor dat rechten in een register op een andere naam komen te staan, terwijl niet vaststaat dat de onderliggende overdracht juridisch geldig was. Dat verschil kan lang onopgemerkt blijven.

Bovendien heeft registratie vaak vooral betekenis richting derden. Wie een portefeuille wil handhaven, verpanden of betrekken in een transactie, heeft er belang bij dat de registers de juridische werkelijkheid zo goed mogelijk weerspiegelen. Anders kunnen er problemen ontstaan, bijvoorbeeld wanneer een onderneming tegen inbreuk wil optreden en wordt geconfronteerd met een verweer over haar positie als rechthebbende.

Dat geldt niet alleen voor overdrachten, maar ook voor naamwijzigingen en andere overgangen. Voor een groeibedrijf dat regelmatig restructureert, entiteiten opricht of merknamen centraliseert, is dit een praktisch onderwerp dat eenvoudig blijft liggen, maar later onnodig kostbaar wordt.

Daar komt nog bij dat voor aantekeningen in registers vaak taksen verschuldigd zijn. Bij grote portefeuilles, en zeker bij octrooien of buitenlandse registraties, kunnen die kosten flink oplopen. Een herstructurering met veel IE-rechten vraagt daarom ook om een realistische kosteninschatting.

Waar hoort het IE in de groep thuis?

De logica van een holding of aparte IE-vennootschap

Omdat IE-rechten en quasi-IE-rechten grote waarde kunnen vertegenwoordigen, ligt het niet voor de hand om die zonder meer in risicodragende werkmaatschappijen te houden. Werkmaatschappijen lopen nu eenmaal ondernemingsrisico, aansprakelijkheidsrisico en faillissementsrisico.

Vanuit die gedachte is het logisch om IE-rechten onder te brengen in een holding, een aparte IE-vennootschap of een andere vennootschap met beperkte operationele risico’s. Daarmee worden die rechten in zekere zin op afstand gezet van de risico’s van de dagelijkse bedrijfsvoering.

Voor startups en scale-ups is dit aantrekkelijk om meerdere redenen. Niet alleen vanuit risicobeheersing, maar ook vanuit beheer. Een gecentraliseerde IE-portefeuille maakt het makkelijker om rechten te administreren, nieuwe aanvragen te doen, handhaving te coördineren en overdrachten bij herstructureringen of transacties te organiseren.

Daarbij past doorgaans een licentiestructuur waarbij de houdstermaatschappij licenties verleent aan groepsvennootschappen. In zo’n opzet wordt vaak geregeld dat de licentie opzegbaar is en in ieder geval eindigt bij financieel onheil aan de zijde van de licentienemer. Ook kan sublicentiëring onderdeel zijn van de structuur.

Voor ondernemingen met meerdere producten, markten of landenvennootschappen kan dit een werkbare manier zijn om gebruik en eigendom juridisch uit elkaar te trekken zonder de operationele business te blokkeren.

Fiscale en praktische grenzen

De keuze voor de vennootschap die het IE houdt, is niet alleen juridisch. Ook praktische en fiscale overwegingen spelen mee. Een gunstig belastingklimaat kan aantrekkelijk zijn, maar het onderbrengen van IE-rechten in een bepaalde jurisdictie is praktisch niet altijd haalbaar. Beheer moet vaak ook echt vanuit die jurisdictie plaatsvinden, en dat vraagt in de praktijk om mensen, organisatie en aanwezigheid.

Daarmee is de ideale structuur niet automatisch de meest theoretisch efficiënte structuur. Voor scale-ups die internationaal willen structureren, is dat een belangrijk realiteitscheckpunt. Een papieren IE-vennootschap zonder reële beheerfunctie is niet vanzelfsprekend de juiste oplossing.

In joint ventures komt daar nog een extra laag bij. Als gelijkwaardigheid tussen partners belangrijk is, ligt het minder voor de hand om relevante IE-rechten onder te brengen bij één van de partners. Dan kan een aparte joint-venturevennootschap voor die rechten meer voor de hand liggen.

Hoe breng je de gewenste structuur daadwerkelijk tot stand?

Bij een nieuwe groep is het relatief overzichtelijk om nieuwe geregistreerde IE-rechten meteen aan te vragen op naam van de holding of IE-vennootschap. Voor nieuwe ongeregistreerde rechten ligt dat moeilijker. Werknemers die software of andere werken creëren, zijn vaak niet in dienst van die houdstermaatschappij, maar van een operationele dochter.

In dat geval moeten de rechten periodiek worden overgedragen aan de holding of IE-vennootschap. Daarvoor is opnieuw een geldige titel nodig. Dat kan bijvoorbeeld vorm krijgen via een kooprelatie of via een onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomst waarbij de houdster betaalt voor werkzaamheden in ruil voor overdracht van de tot stand gebrachte rechten.

Bij bestaande rechten is de exercitie vaak zwaarder. Dan moeten geregistreerde en ongeregistreerde IE-rechten, en ook quasi-IE-rechten, alsnog vanuit dochters naar de gewenste houdster worden overgedragen. Daarbij is een symbolische prijs juridisch niet altijd de verstandigste keuze. Wanneer later een faillissement volgt, kan discussie ontstaan over benadeling van schuldeisers. Juist daarom is de reële waarde van de over te dragen rechten relevant.

Dat brengt waarderingsvragen met zich mee. De waarde van IE-rechten laat zich lang niet altijd eenvoudig vaststellen. Verschillende methodes kunnen in beeld komen en vaak is specialistische waardering nodig. Zeker bij grensoverschrijdende overdrachten tussen verbonden vennootschappen speelt daarnaast dat at arm’s length moet worden afgerekend. In de praktijk kan dat een serieuze drempel vormen voor herstructurering.

Voor founders en CFO’s is dit misschien wel de kernboodschap: het centraliseren van IE binnen de groep is juridisch mogelijk, maar zelden gratis, eenvoudig of puur intern. Het raakt waardering, fiscaliteit, documentatie, licenties, bestaande contracten en vaak ook buitenlandse formaliteiten.

Wat startups en scale-ups hier concreet uit moeten meenemen

Voor jonge groeibedrijven is het verleidelijk om IE pas serieus te structureren zodra een investeerder ernaar vraagt. Toch is dat laat. Wie eerder orde aanbrengt, voorkomt vaak grotere problemen later.

De belangrijkste les is dat IE-rechten niet los kunnen worden gezien van corporate structuring. De vraag welk recht van toepassing is, wie rechthebbende is, of overdracht geldig heeft plaatsgevonden en waar de rechten idealiter binnen de groep worden gehouden, hoort thuis in dezelfde strategische discussie als governance en financiering.

Daarnaast is het verstandig om extra scherp te zijn op ongeregistreerde rechten en quasi-IE-rechten. Juist daar ontbreekt vaak de zichtbaarheid van een register, terwijl de commerciële waarde enorm kan zijn. Voor techbedrijven zijn software, knowhow, accounts en digitale assets vaak minstens zo belangrijk als een merkregistratie of octrooi.

Tot slot geldt dat een nette IE-structuur niet alleen defensief waardevol is. Zij helpt ook bij groei. Een goed ingerichte portefeuille maakt due diligence overzichtelijker, ondersteunt handhaving, vermindert discussie binnen de groep en creëert meer rust richting investeerders, financiers en kopers.

Conclusie

IE-rechten verdienen een volwaardige plek in iedere corporate structuur, zeker bij startups en scale-ups die hun waarde vooral ontlenen aan technologie, merk en knowhow. Wie te lang wacht met het juridisch en praktisch op orde brengen van die rechten, loopt het risico dat groei later wordt afgeremd door onzekerheid over eigendom, overdracht of structuur.

Bij Startup-Recht zien we dat juist hier veel winst te behalen valt. Niet door alles nodeloos complex te maken, maar door vroeg scherp te krijgen waar de rechten zitten, welke regels daarop van toepassing zijn en welke inrichting past bij de fase en ambitie van de onderneming. Dat is geen papieren luxe, maar een fundament voor schaalbare groei.

Testimonials

Wat onze klanten zeggen

Startups en scale-ups werken graag met ons samen. Lees hoe ondernemers onze betrokkenheid en expertise ervaren.

Wij hebben Startup-Recht ingeschakeld voor het opstellen van onze algemene voorwaarden en opdrachtovereenkomst. Het resultaat was snel, van hoge kwaliteit en volledig afgestemd op onze wensen dankzij de revisierondes. Daarnaast dacht Startup-Recht goed mee in de context van ons bedrijf. Professioneel, betrouwbaar en prettig om mee samen te werken.
Paul Brandsma
Mede-oprichter AcuityAi
Logo staallokaal
Bij Startup-Recht is de combinatie van jong ondernemerschap en goed advies goud waard. Als ondernemer weet je dat je iets met voorwaarden moet doen, maar het komt er vaak niet van — tot Startup-Recht aanschuift. In een helder tempo nemen ze je mee in wat echt belangrijk is en zorgen ze voor voorwaarden die bij je bedrijf passen. Een perfecte balans tussen klantgericht en veilig ondernemen. Twijfel je? Drink een kop koffie met de heren en je bent overtuigd.
Sybrandus Pietersma
Mede-eigenaar Staallokaal B.V.
Zeer tevreden over Startup-Recht. Ze hebben ons geholpen met meerdere contracten en algemene voorwaarden, en wisten onze dienstverlening en werkwijze perfect te vertalen naar krachtige juridische documenten. Alles werd helder uitgelegd en ze namen ook punten mee waar wij zelf niet aan gedacht hadden. Snel schakelen, duidelijke communicatie en een topresultaat.
Daniël Coenen
Mede-oprichter Digiswift B.V.

Startup-Recht heeft mij op deskundige en zorgvuldige wijze bijgestaan. De dienstverlening werd gekenmerkt door voortvarendheid, transparantie en een correcte afwikkeling, en dit alles tegen een alleszins redelijke prijsstelling. Ik acht de samenwerking betrouwbaar en aanbevelenswaardig.

Michael de Jong
Webdeveloper & Founder
We had an excellent experience working with Startup-Recht. Their team combines professionalism with a genuine understanding of startups’ needs, guiding us through every step with clarity and efficiency. They didn’t just answer our questions, but also anticipated challenges and offered practical solutions that gave us real peace of mind. Highly recommended for any young company looking for reliable legal support.
Luis Martinez
Co-founder UpTo
Wij hebben de samenwerking met Startup-Recht als zeer prettig ervaren. Ze combineren diepgaande juridische kennis met een praktische, oplossingsgerichte aanpak. Tijdens het traject namen ze steeds de tijd om onze vragen helder te beantwoorden, waardoor we precies wisten waar we aan toe waren. Dankzij hun deskundigheid en betrokkenheid is ons project uitstekend afgerond. We zijn erg tevreden en raden Startup-Recht van harte aan.
Hein van Bottenburg
Mede-eigenaar
Maarten en Caylun hebben ons uitstekend geholpen bij het opstellen van stevige voorwaarden en het voldoen aan de juiste juridische eisen. We hadden hier zelf weinig kennis van, maar zij namen de tijd om alles goed uit te leggen en advies te geven voor de toekomst. Al met al zijn we erg goed geholpen door de jongens van Startup-Recht en bevelen hen zeker aan.
Robin Jonckers
Co-founder Copywise Ai
Startup-Recht heeft mij op deskundige en zorgvuldige wijze bijgestaan. De dienstverlening werd gekenmerkt door voortvarendheid, transparantie en een correcte afwikkeling, en dit alles tegen een alleszins redelijke prijsstelling. Ik acht de samenwerking betrouwbaar en aanbevelenswaardig.
Mohammed Zaki
Founder Zaki Education
Goede ervaring gehad met Startup-Recht, alles besproken in een call en achteraf ook nog alles doorgenomen. Fijn dat zulke zaken goed en professioneel worden opgepakt voor het maken van projectvoorstellen en algemene voorwaarden.
Kaz Willer
Founder n8nWorkflows
Caylun en Maarten van Startup-Recht

Ontmoet jouw moderne juridische partner. Werken wordt eenvoudiger, sneller en zekerder.

Maak een afspraak