Intellectuele eigendomsrechten waarderen en activeren: wat betekent IE voor de balans van startups?

Bij veel startups zit een belangrijk deel van de onderneming niet in machines, voorraad of vastgoed, maar in technologie, software, merken, ontwerpen, kennis en intellectuele eigendomsrechten. Juist bij innovatieve bedrijven kan IE een belangrijk onderdeel zijn van de positie van de onderneming.
Daarmee ontstaat al snel een vraag die eenvoudiger klinkt dan zij is: wat is die intellectuele eigendom eigenlijk waard?
Een octrooi kan voor de ene partij nauwelijks commerciële betekenis hebben en voor een andere partij juist strategisch zeer belangrijk zijn. Een merk kan jarenlang aan waarde winnen door intensief gebruik, terwijl een technologie haar betekenis juist snel kan verliezen. En een prijs die iemand voor een IE-recht betaalt, zegt wel iets over de waarde, maar vertelt lang niet altijd het hele verhaal.
Daar komt nog een tweede vraag bij. Welke waarde mag of kan een onderneming eigenlijk op de balans opnemen?
Voor startups en scale-ups is het belangrijk deze twee onderwerpen uit elkaar te houden. De economische of strategische waarde van intellectuele eigendom is namelijk niet automatisch dezelfde waarde die in de jaarrekening zichtbaar wordt.
Waarom intellectuele eigendom zo lastig te waarderen is
Intellectuele eigendomsrechten hebben eigenschappen die een eenvoudige waardering in de weg staan. Een kantoor, machine of ander tastbaar bedrijfsmiddel kan vaak worden vergeleken met soortgelijke objecten. Bij IE ligt dat anders.
Een octrooi, merk of auteursrecht kan overdraagbaar zijn, maar de betekenis ervan hangt sterk af van de omstandigheden waarin het recht wordt gebruikt. Bovendien kunnen IE-rechten in economische zin vergankelijk zijn. Een technologie kan worden ingehaald door een nieuwe ontwikkeling, een product kan uit de mode raken en een merk kan aan commerciële kracht verliezen.
Daarbij is succes onzeker. Het ontwikkelen van technologie of andere intellectuele creaties vereist investeringen, maar die investeringen garanderen niet dat het resultaat uiteindelijk commercieel succesvol wordt.
Een ander bijzonder kenmerk is dat intellectuele eigendom niet op dezelfde manier wordt verbruikt als een fysiek goed. Software, technologie of een auteursrechtelijk beschermd werk kan door meerdere partijen worden gebruikt zonder dat het enkele gebruik door partij A noodzakelijk verhindert dat partij B er eveneens gebruik van maakt. Het intellectuele eigendomsrecht kan juist de juridische mogelijkheid bieden om anderen van bepaald gebruik uit te sluiten.
Die combinatie van overdraagbaarheid, onzekerheid, exclusiviteit en sterke afhankelijkheid van de context maakt waardering ingewikkeld.
Voor een techbedrijf betekent dit dat de vraag "wat is ons IE waard?" meestal niet kan worden beantwoord door uitsluitend naar de ontwikkelkosten of een theoretische marktprijs te kijken.
Prijs en waarde zijn niet hetzelfde
Een belangrijk onderscheid is dat tussen de prijs van een intellectueel eigendomsrecht en de waarde ervan.
De prijs is relatief concreet. Wanneer een onderneming een octrooi koopt, kan eenvoudig worden vastgesteld welk bedrag daarvoor is betaald. Wanneer een licentie wordt afgesloten, is eveneens duidelijk welke vergoeding partijen zijn overeengekomen.
Maar die transactieprijs hoeft niet gelijk te zijn aan de economische of strategische waarde van het recht.
Stel dat een onderneming een octrooi verwerft en daar vervolgens substantiële licentie-inkomsten mee kan genereren. De oorspronkelijke aankoopprijs zegt dan steeds minder over de betekenis die het octrooi uiteindelijk voor de onderneming krijgt.
Het omgekeerde kan eveneens voorkomen. Een onderneming kan een aanzienlijk bedrag voor een IE-recht betalen, terwijl later blijkt dat het commerciële potentieel beperkt is.
De betaalde prijs is dus een belangrijk aanknopingspunt, maar geen universele maatstaf voor de werkelijke betekenis van het recht.
De omstandigheden van koper en verkoper tellen mee
Een transactieprijs komt bovendien tot stand tussen specifieke partijen, op een specifiek moment.
Hun onderhandelingspositie, commerciële belangen en strategische motieven kunnen invloed hebben op het bedrag dat uiteindelijk wordt betaald. Daardoor kan dezelfde IE-positie voor verschillende partijen een andere waarde vertegenwoordigen.
Dat is bij octrooien goed zichtbaar.
Een onderneming die een octrooilicentie nodig heeft om haar eigen producten op de markt te kunnen brengen, zal de licentiekosten bijvoorbeeld als een noodzakelijke kostenpost kunnen beschouwen.
Voor een onderneming die in een octrooiconflict verwikkeld is, kan een bepaald octrooi echter een heel andere betekenis krijgen. Wanneer dat recht haar positie tegenover een concurrent versterkt, kan de strategische waarde ervan aanzienlijk groter zijn dan onder normale omstandigheden.
De waarde van IE is daarom sterk contextafhankelijk.
De waarde van IE zit niet alleen in directe inkomsten
Bij intellectuele eigendom wordt al snel gedacht aan royalty's en licentie-inkomsten. Dat zijn relatief zichtbare vormen van waarde, maar IE kan ook op andere manieren betekenis hebben.
Een octrooi kan bijvoorbeeld bijdragen aan de mogelijkheid om concurrenten van bepaalde toepassingen of producten uit te sluiten. Het kan onderdeel zijn van onderhandelingen over licenties of wederzijdse toegang tot technologie.
Die positie laat zich niet noodzakelijk direct vertalen naar een bedrag op een bankrekening.
Dat is relevant voor startups met een technische oplossing waarvoor octrooibescherming wordt ingezet. De commerciële betekenis van een octrooi hoeft niet uitsluitend te bestaan uit de vraag hoeveel licentie-inkomsten het vandaag oplevert. De plaats van het recht binnen de bredere onderneming kan eveneens belangrijk zijn.
Hetzelfde geldt voor merken. De betekenis van een merk kan groeien naarmate het intensiever wordt gebruikt en bekender wordt. Ook de manier waarop verschillende elementen rond een merk worden beschermd en geëxploiteerd kan invloed hebben op de commerciële mogelijkheden.
Bij auteursrechten speelt weer een ander waarderingsprofiel. De beschermingsduur en de mogelijkheid om gedurende langere tijd inkomsten uit exploitatie te ontvangen kunnen van belang zijn voor de potentiële economische betekenis.
Er bestaat dus geen uniforme formule waarmee een octrooi, merk en auteursrecht op precies dezelfde manier kunnen worden beoordeeld.
Een sterk octrooi heeft niet automatisch een eenvoudig vast te stellen prijs
Voor technologiebedrijven is vooral de waardering van octrooien interessant. Juist daar wordt duidelijk waarom juridische sterkte en financiële waarde verschillende begrippen zijn.
De omvang van de bescherming kan bijvoorbeeld belangrijk zijn. Een octrooi met ruime conclusies kan betrekking hebben op een groter aantal producten of werkwijzen. Voor concurrenten kan dat betekenen dat zij meer inspanningen moeten leveren om buiten het beschermingsbereik te blijven of een licentie nodig kunnen hebben.
Dat kan de strategische betekenis voor de octrooihouder vergroten.
Toch volgt daar niet automatisch uit dat het octrooi ook voor een voorspelbaar hoger bedrag kan worden verkocht.
De mogelijkheid om een concurrent juridisch of commercieel te beperken vertegenwoordigt namelijk wel waarde voor de onderneming, maar die waarde verschijnt niet noodzakelijk als een direct realiseerbare marktprijs.
Voor startups is dat onderscheid belangrijk. Een technisch sterk recht kan bedrijfseconomisch relevant zijn zonder dat daar onmiddellijk één objectief bedrag aan kan worden gekoppeld.
Waarom er geen perfecte waarderingsmethode bestaat
Het waarderen van intellectuele eigendomsrechten kent geen eenvoudige, universele standaard die onder alle omstandigheden dezelfde uitkomst geeft.
Dat heeft veel te maken met de eigenschappen van IE zelf.
Bij andere activa kan relatief gemakkelijk worden gekeken naar vergelijkbare transacties of een markt met voldoende kopers en verkopers. Bij intellectuele eigendom ontbreekt zo'n voorspelbare markt vaak.
Twee octrooien binnen hetzelfde technologiedomein kunnen juridisch en commercieel sterk van elkaar verschillen. Zelfs wanneer de technische inhoud vergelijkbaar lijkt, kan de positie binnen een onderneming, markt of concurrentiestrijd volledig anders zijn.
Ook waarderingsmethoden kunnen andere uitgangspunten kiezen. De ene benadering kan meer gewicht geven aan historische kosten, terwijl een andere benadering zich richt op toekomstige inkomsten.
Daar ontstaat meteen een probleem.
Historische kosten vertellen hoeveel geld in een recht of technologie is geïnvesteerd, maar niet noodzakelijk hoeveel economische waarde daarmee is gecreëerd. Een kostbaar ontwikkeltraject kan uiteindelijk weinig opleveren, terwijl een relatief goedkope ontwikkeling bijzonder succesvol kan worden.
Toekomstige inkomsten lijken aantrekkelijker als waarderingsbasis, maar ook daarvoor moeten aannames worden gemaakt. Niemand kan met zekerheid voorspellen welke technologie, uitvinding, creatieve productie of merkpositie uiteindelijk een groot commercieel succes wordt.
Voor jonge technologiebedrijven is juist die onzekerheid vaak groot. De onderneming bevindt zich immers dikwijls nog in een fase waarin marktacceptatie, verdere ontwikkeling en commerciële exploitatie zich moeten bewijzen.
Een waardering van IE moet daarom altijd worden bekeken in het licht van de gekozen methode en de omstandigheden waarin de waardering wordt gebruikt.
Waardering is niet hetzelfde als activering op de balans
Dat intellectuele eigendom economische waarde vertegenwoordigt, betekent niet automatisch dat hetzelfde bedrag op de balans van de onderneming kan worden opgenomen.
Hier ontstaat een belangrijk onderscheid tussen economische waardering en financiële verslaggeving.
Concessies, vergunningen en intellectuele eigendomsrechten die tegen betaling van een andere partij zijn verkregen, kunnen tegen hun verkrijgingsprijs worden geactiveerd. Er is in dat geval immers een concreet bedrag verbonden aan de verwerving van het recht.
Onder de voorwaarden die gelden voor waardering tegen actuele waarde kan vervolgens ook waardering tegen actuele waarde aan de orde zijn.
Voor een startup die een intellectueel eigendomsrecht van een derde koopt, bestaat daarmee een duidelijker aanknopingspunt voor de balans dan wanneer het betreffende recht binnen de eigen onderneming is ontstaan.
Dat verschil is belangrijk. De waarde die founders of investeerders strategisch aan een technologie toekennen, kan dus aanzienlijk afwijken van het bedrag dat boekhoudkundig zichtbaar is.
Afschrijven over de verwachte gebruiksduur
Wanneer het verkregen recht wordt geactiveerd, blijft het niet onbeperkt voor hetzelfde bedrag op de balans staan.
Op het geactiveerde bedrag moet stelselmatig worden afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur. Daarbij moet ook inzicht worden gegeven in de gebruikte afschrijvingsmethoden.
Dat past bij een belangrijk kenmerk van intellectuele eigendom: de economische betekenis kan in de tijd veranderen.
Voor een technologiebedrijf is dat goed voorstelbaar. Een recht kan juridisch nog bestaan, terwijl de achterliggende technologie commercieel minder belangrijk wordt. Andersom kan een recht gedurende een bepaalde periode juist een cruciale rol spelen binnen de onderneming.
De administratieve verwerking vraagt daarom om een andere blik dan de zuiver strategische waardering van het recht.
Zelf ontwikkelde intellectuele eigendom werkt anders
Voor startups is vooral het verschil tussen gekochte en zelf voortgebrachte IE relevant.
Veel jonge techbedrijven kopen hun belangrijkste technologie namelijk niet van een derde. Zij ontwikkelen deze zelf. Denk aan technologie die door het eigen team wordt ontwikkeld en vervolgens binnen de onderneming wordt beschermd of geëxploiteerd.
Voor in eigen bedrijf voortgebrachte concessies, vergunningen en rechten van intellectuele eigendom geldt niet dezelfde mogelijkheid tot activering als voor rechten die tegen betaling zijn verkregen.
De mogelijkheid om dergelijke zelf voortgebrachte rechten als zodanig te activeren, is door de Nederlandse wetgever niet overgenomen uit de mogelijkheid die daarvoor binnen de Europese jaarrekeningregels bestaat.
Dat kan ertoe leiden dat juist een bedrijf waarvan een groot gedeelte van de economische betekenis samenhangt met intern ontwikkelde technologie, een relatief beperkte IE-waarde op de balans laat zien.
Dat betekent niet dat die technologie geen waarde heeft.
Het betekent vooral dat economische waarde en balanswaarde vanuit verschillende uitgangspunten worden bepaald.
Registratiekosten kunnen wel relevant zijn
Bij zelf voortgebrachte intellectuele eigendomsrechten bestaat nog een belangrijk onderscheid.
Hoewel het zelf voortgebrachte recht niet op dezelfde manier kan worden geactiveerd, kunnen eventuele kosten die samenhangen met de registratie van dergelijke concessies, vergunningen of intellectuele eigendomsrechten wel voor activering in aanmerking komen.
Voor startups maakt dit duidelijk waarom een balans nooit zonder meer moet worden gelezen als een complete weergave van de economische betekenis van de aanwezige intellectuele eigendom.
Een onderneming kan jarenlang hebben gebouwd aan technologie, een merk of andere beschermde creaties, terwijl slechts een beperkt gedeelte van de daarmee samenhangende waarde in de balans terugkomt.
De balans vertelt daarom maar een deel van het IE-verhaal
Dit onderscheid is vooral belangrijk wanneer naar jonge innovatieve ondernemingen wordt gekeken.
Een scale-up kan bijvoorbeeld beschikken over een technologisch belangrijke IE-portefeuille die grotendeels intern is ontwikkeld. De balans hoeft dan niet dezelfde waarde te tonen die het management, een potentiële koper of een strategische wederpartij aan die portefeuille toekent.
Bij verworven rechten is er daarentegen vaak wel een concreet transactiebedrag dat als uitgangspunt voor activering kan dienen.
Daardoor kunnen twee ondernemingen met economisch vergelijkbare IE-posities op papier heel verschillend ogen.
De ene onderneming heeft haar rechten zelf ontwikkeld. De andere onderneming heeft vergelijkbare rechten tegen betaling overgenomen. De wijze waarop die rechten financieel zichtbaar worden, kan daardoor verschillen zonder dat daaruit onmiddellijk kan worden geconcludeerd dat de ene IE-portefeuille commercieel waardevoller is dan de andere.
Voor founders en investeerders is dat een belangrijk aandachtspunt bij het interpreteren van financiële cijfers.
Waarde verandert wanneer de context verandert
De contextafhankelijkheid van IE wordt nog duidelijker wanneer de omstandigheden van een onderneming veranderen.
Zolang een bedrijf actief is en een intellectueel eigendomsrecht onderdeel vormt van een bredere commerciële operatie, kan dat recht waarde ontlenen aan producten, klanten, marktpositie of toekomstige exploitatiemogelijkheden.
Wanneer die samenhang verdwijnt, kan ook de betekenis van het IE-recht veranderen.
Dat speelt bijvoorbeeld wanneer intellectuele eigendom afzonderlijk van de onderneming moet worden beoordeeld. De waarde die een recht had binnen een functionerend bedrijf hoeft niet zonder meer gelijk te zijn aan de waarde van hetzelfde recht wanneer het los daarvan wordt verkocht.
Voor startups betekent dit dat een IE-waardering niet zonder context kan worden hergebruikt.
Een waarde die in een strategische transactie logisch lijkt, hoeft niet dezelfde te zijn als een waarde die relevant is voor financiële verslaggeving, licentieonderhandelingen of een afzonderlijke verkoop.
De juiste eerste vraag is daarom niet alleen: "Wat is dit IE-recht waard?"
Minstens zo belangrijk is: "Voor welk doel willen we die waarde bepalen?"
De strategische rol van IE binnen een startup
Voor founders is het aantrekkelijk om intellectuele eigendom vooral als juridisch beschermingsmiddel te zien. Een octrooi beschermt technologie, een merk beschermt de commerciële identiteit en auteursrechten kunnen bescherming bieden aan creatieve prestaties.
Maar de betekenis van IE kan breder zijn.
Een IE-recht kan bijdragen aan de positie van een onderneming tegenover concurrenten. Het kan licentie-inkomsten mogelijk maken. Het kan onderdeel zijn van een commerciële onderhandeling. En het kan mede bepalen welke ruimte een onderneming heeft binnen haar markt.
Juist daarom hoort de discussie over IE niet volledig los te staan van de ondernemingsstrategie.
Een octrooi dat nauwelijks aansluit op de daadwerkelijke activiteiten van een startup kan een andere betekenis hebben dan een recht dat direct betrekking heeft op de kerntechnologie waarmee het bedrijf zijn producten aanbiedt.
Het aantal rechten zegt op zichzelf dus weinig.
Voor de economische betekenis is vooral relevant welke functie die rechten binnen de onderneming vervullen.
Meer IE is niet automatisch meer waarde
Dat brengt ons bij een belangrijk punt voor innovatieve ondernemingen.
Een grote portefeuille intellectuele eigendomsrechten is niet per definitie een waardevolle portefeuille.
Voor ieder afzonderlijk recht kunnen andere factoren relevant zijn. Bij een octrooi kan de omvang en praktische bruikbaarheid van de bescherming een rol spelen. Bij een merk kan intensief gebruik bijdragen aan de betekenis ervan. Bij auteursrechten kunnen de mogelijkheden voor exploitatie en de duur daarvan relevant zijn.
Een kwantitatieve benadering, waarbij uitsluitend het aantal registraties wordt geteld, vertelt daarom weinig over de werkelijke economische positie.
Voor startups kan het zinvoller zijn om te begrijpen welke rechten daadwerkelijk bijdragen aan hun producten, commerciële activiteiten en strategische positie.
Dat voorkomt ook dat "wij hebben veel IE" wordt verward met "ons IE vertegenwoordigt automatisch een hoge waarde".
Kijk voorzichtig naar toekomstige inkomsten
Een veelgebruikte gedachte bij waardering is dat een recht waardevol is wanneer het in de toekomst inkomsten kan genereren.
Dat is logisch, maar vraagt om voorzichtigheid.
Toekomstige royalty's en andere inkomsten zijn immers niet gegarandeerd. Een technologie kan worden ingehaald, marktomstandigheden kunnen veranderen en een product kan minder succesvol worden dan verwacht.
Daarom blijft iedere waardering die sterk op toekomstige opbrengsten leunt afhankelijk van aannames.
Voor startups is dit extra relevant omdat prognoses vaak een belangrijke rol spelen bij de verwachtingen rond groei. Wanneer een IE-waardering eveneens op verwachte toekomstige inkomsten is gebaseerd, kan een optimistische commerciële verwachting rechtstreeks doorwerken in de uitkomst van die waardering.
Dat maakt het belangrijk om niet alleen naar het uiteindelijke bedrag te kijken, maar ook naar de uitgangspunten die daaronder liggen.
Een waardering van vijf miljoen euro zegt weinig zolang niet duidelijk is welke veronderstellingen nodig waren om tot dat bedrag te komen.
Wat betekent dit praktisch voor founders en scale-ups?
Voor jonge technologiebedrijven volgen hier enkele belangrijke lessen uit.
Ten eerste is het verstandig om onderscheid te blijven maken tussen de verschillende betekenissen van het woord waarde. Een transactieprijs, een bedrag op de balans en een strategische waardering kunnen alle drie iets anders zeggen.
Ten tweede moeten founders rekening houden met het verschil tussen gekochte en intern ontwikkelde intellectuele eigendom. Een tegen betaling verkregen IE-recht kan tegen de verkrijgingsprijs worden geactiveerd, terwijl intern voortgebrachte rechten niet op dezelfde manier op de balans terechtkomen. Registratiekosten kunnen daarbij wel afzonderlijk relevant zijn.
Ten derde is een waardering alleen zinvol wanneer duidelijk is waarvoor deze wordt gemaakt. De waarde voor een potentiële licentienemer kan verschillen van de waarde voor een strategische koper of de boekhoudkundige waarde binnen de eigen onderneming.
Ten vierde verdient de context van het recht aandacht. Een IE-recht staat zelden volledig op zichzelf. De betekenis kan samenhangen met technologie, producten, marktpositie, concurrentie en mogelijkheden voor exploitatie.
En ten slotte is voorzichtigheid nodig bij ogenschijnlijk exacte waarderingen. Intellectuele eigendom laat zich niet gemakkelijk terugbrengen tot één objectief getal.
IE-waardering vraagt om meer dan één getal
Voor startups en scale-ups kan intellectuele eigendom een belangrijk onderdeel zijn van de onderneming, maar juist daarom is het riskant om waarde te snel gelijk te stellen aan een bedrag op de balans of aan een toevallige transactieprijs.
Een gekocht intellectueel eigendomsrecht heeft een concrete verkrijgingsprijs en kan onder de daarvoor geldende regels op de balans worden verwerkt. Bij intern ontwikkelde IE ligt dat anders. Tegelijkertijd kan de strategische en commerciële betekenis van die intern ontwikkelde rechten zeer groot zijn.
Wie de waarde van IE wil begrijpen, moet daarom meerdere vragen uit elkaar houden. Wat is ervoor betaald? Wat staat er op de balans? Welke toekomstige inkomsten kunnen ermee samenhangen? Welke positie geeft het recht tegenover andere marktpartijen? En welke rol speelt het binnen de onderneming als geheel?
Voor techbedrijven is juist dat bredere perspectief belangrijk. Intellectuele eigendom is niet alleen een juridisch recht of een boekhoudkundige post. De werkelijke betekenis ontstaat uit de combinatie van juridische bescherming, commerciële mogelijkheden, risico's en de specifieke context waarin het recht wordt gebruikt.


















